Veelgestelde vragen - INSPIRE

Hieronder vindt u verschillende categorieën met veelgestelde vragen. Staat uw vraag er niet tussen, maak dan gebruik van het contactformulier en we zullen u zo snel mogelijk proberen te helpen.

INSPIRE geeft een impuls aan de toegankelijkheid van geografische informatie. De informatie die wordt ontsloten is veelal de meest betrouwbare informatie die over dat onderwerp beschikbaar is. Hiermee biedt INSPIRE de mogelijkheid om bestaande processen te verbeteren (efficiëntie) en nieuwe processen op te starten (innovatie). INSPIRE heeft de potentie te zorgen voor:

- betere uitwisselbaarheid van geo-informatie van de Europese lidstaten;
- verbetering van de kwaliteit van geo-informatie;
- efficiëntiewinst bij het inwinnen en beheren van geo-informatie en
- uitbreiding van bestaande dienstverlening (door de inzet van geo-informatie).

INSPIRE is daarmee niet alleen van belang voor geo-specialisten maar ook voor het maken van beleid, het verrijken van informatie en het ondersteunen van besluitvormingsprocessen.

Om te weten of u verplicht bent onder INSPIRE stappen te ondernemen zie: Valt mijn organisatie onder INSPIRE? onder “organisatie en proces”.

Bij de invoering van INSPIRE moeten drie soorten kosten worden onderscheiden:

  • De kosten voor het nationale INSPIRE portaal: deze worden gedragen door het ministerie van Infrastructuur en Milieu;
  • De kosten voor het beschikbaar maken van geo-informatie conform de INSPIRE eisen: deze kosten worden gedragen door de respectievelijke data provider (bronhouder).
  • De kosten voor het INSPIRE programma dat de invoering van INSPIRE ondersteunt en wordt uitgevoerd door Geonovum: deze kosten worden gedragen door het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Nederland streeft naar een pragmatische invoering van INSPIRE. Uitgangspunt is dat alleen de meest geëigende datasets worden aangemerkt als INSPIRE gegevens, in plaats van alle beschikbare datasets binnen een thema. In Nederland wordt in samenspraak met organisaties die gegevens beheren, bekeken wie voor welk feature type of thema aan INSPIRE moet voldoen. Moet een organisatie aan INSPIRE voldoen, dan is het een ‘INSPIRE dataprovider’. De INSPIRE dataprovider moet ervoor zorgen dat de gegevens van de juiste beschrijvingen zijn voorzien (metadata), dat ze geharmoniseerd beschikbaar zijn en dat ze als webservice worden ontsloten. Een overzicht van INSPIRE dataproviders vindt u in het dossier INSPIRE | Implementatie | Dataproviders

De Nederlandse INSPIRE dataproviders kunnen hun gegevens en webservices opvoeren bij het Nationaal georegister. Het Nationaal georegister verzorgt de ontsluiting van de Nederlandse INSPIRE gegevens naar het Europese geoportaal. Het is dan dus niet nodig een extra knooppunt te maken richting het Europese geoportaal.
 

 

De Inspire-richtlijn beoogt dat geo-informatie van goede kwaliteit beschikbaar en vindbaar is en dat de inhoud ervan, ook over de landsgrenzen heen, op elkaar is afgestemd. Deze geo-informatie moet publiek toegankelijk zijn via internet. Hiervoor wordt een netwerk ingericht dat bestaat uit een Europees en nationale internetportalen. Via deze portalen krijgen niet alleen overheden, maar ook burgers en bedrijven toegang tot de geo-informatie.

De doelstellingen van Inspire voor de informatievoorziening zijn:

  • toegang tot geo-informatie binnen EU verbeteren (Europese geo-informatievoorziening)
  • harmoniseren (afstemmen) van geo-informatie (gebruik standaarden)
  • verbeteren van de interoperabiliteit (uitwisselbaarheid) tussen verschillende gebruikers en toepassingen

Inspire leidt tot een EU-brede geo-informatievoorziening waarop informatiebronnen en informatiegebruikers worden aangesloten. Vanwege de brede scope dient de richtlijn daarmee niet alleen doelen binnen het milieudomein, maar ook doelen op het gebied van ruimtelijke ordening, openbare orde en veiligheid en bijvoorbeeld volksgezondheid.

De Europese richtlijn INSPIRE (Infrastructure for Spatial Information in Europe) helpt om de beschikbaarheid, kwaliteit, toegang tot en uitwisseling van plaatsgebonden gegevens over het milieu in Europa te verbeteren. Denk aan gegevens als de locatie van administratieve grenzen, watersystemen, landbouw, industrie en vervoersnetwerken en de spreiding van de bevolking, van plant- en diersoorten en de gezondheid op een locatie. Deze informatie is nodig voor de geïntegreerde aanpak van Europese beleidsvorming op het gebied van milieu maar zeker ook toepasbaar in andere beleidsgebieden.

 

De INSPIRE richtlijn is erop gericht om gegevens zo laagdrempelig mogelijk beschikbaar te stellen voor Europese overheidsorganisaties, burgers, bedrijven en instellingen. Lidstaten moeten ervoor zorgen dat gebruikers de INSPIRE-gegevens gratis kunnen zoeken en op een beeldscherm kunnen raadplegen. Om aan deze voorwaarden te voldoen, kunnen Nederlandse dataproviders gebruik maken van het Nationaal georegister.

 

De Nederlandse overheid streeft ernaar om overheidsinformatie gratis en zonder gebruiksvoorwaarden beschikbaar te stellen. Dat geldt ook voor geo-informatie. Er mag desondanks wel een vergoeding in rekening worden gebracht voor de download-, verwerkings-, en aanroepdiensten. Voor raadpleegdiensten mag dit alleen indien de vergoeding nodig is om te waarborgen dat de desbetreffende verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens in stand worden gehouden.

Als een (overheids)instelling verstrekkingskosten in rekening brengt, moet deze er wel voor zorgen dat de gebruiker de betaling via internet kan voldoen. Vanaf oktober 2011 moet een organisatie die kosten in rekening brengt de berekeningswijze van de vergoedingen en de daarvoor in aanmerking genomen factoren kunnen specificeren.
 

De Nederlandse INSPIRE gegevens zijn vindbaar en opvraagbaar via het nationaal georegister. De INSPIRE gegevens van alle Europese lidstaten zijn te vinden via het Europese geoportaal. Het nationaal georegister staat in verbinding met het Europese geoportaal, zodat de Nederlandse gegevens ook vindbaar, opvraagbaar en downloadbaar zijn via het Europese geoportaal.

INSPIRE site van de Europese Commissie: http://inspire.jrc.ec.europa.eu
INSPIRE Geoportal: www.inspire-geoportal.eu
Nederlandse INSPIRE implementatiewet: www.wetten.overheid.nl

Om de belangen van Nederland in Europees verband te behartigen, coördineert het programmabureau (Geonovum) de actieve inbreng vanuit Nederland in Europese expertgroepen, drafting teams en task forces. De specificaties waaraan gegevens moeten voldoen en de invoeringsregels zijn deels nog in ontwikkeling. Door hier actief over mee te denken en mee te schrijven, kunnen we de wensen en belangen van Nederland in Europees verband inbrengen.
 

Om de implementatie van INSPIRE in Nederland te begeleiden, is in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu bij Geonovum een programmabureau voor INSPIRE ingericht. Geonovum is een stichting die tot doel heeft plaatsgebonden gegevens van de overheid beter toegankelijk te maken en de standaarden te ontwikkelen en beheren die daarvoor nodig zijn.

Het programmabureau zorgt in samenspraak met beheerders van gegevens dat duidelijk is wie in Nederland INSPIRE dataprovider is en wat de eisen zijn waaraan hun gegevens moeten voldoen. Dit gebeurt door verschillende werksessies te beleggen en door de betrokkenen via mail en nieuwsbrief op de hoogte te houden van de laatste ontwikkelingen. Het programmabureau staat ook aan de lat voor de realisatie van de gemeenschappelijke voorzieningen, waaronder:

  • een operationeel nationaal INSPIRE netwerk met een portaal en bijbehorende beheerorganisatie en de aansluiting van dit netwerk op het Europese portaal;
  • algemene voorwaarden voor het gebruik van de INSPIRE gegevens en het INSPIRE netwerk;
  • basis dienstverleningsovereenkomst (SLA) tussen dataproviders en de beheerder van het INSPIRE netwerk en de gebruikers.

Verschillende organisaties beheren gegevens die onder een van de 34 thema’s van INSPIRE vallen. In Nederland wordt in samenspraak met deze organisaties bekeken wie voor welk gegeven of thema aan INSPIRE moet voldoen. Als een organisatie aan INSPIRE moet voldoen, dan is het een ‘INSPIRE dataprovider’. De organisatie moet er dan voor zorgen dat:

  • de gegevens van de juiste omschrijvingen zijn voorzien (metadata), 
  • dat ze geharmoniseerd beschikbaar zijn,
  • en dat ze als webservice worden ontsloten.

Nederland streeft naar een pragmatische invoering van Inspire. Uitgangspunt is dat alleen de meest geëigende datasets worden aangemerkt als Inspire-data, in plaats van alle beschikbare datasets binnen een thema. Samen met de data-providers heeft Geonovum in 2009 bijvoorbeeld onderzocht welke Nederlandse dataset het best past bij de Inspire-dataspecificaties van Annex I. Per Inspire feature type of attribuut is telkens één data-provider aangemerkt. Deze provider zal de gegevens ontsluiten voor Inspire.

Een overzicht van INSPIRE dataproviders is te vinden in het dossier INSPIRE | Implementatie | dataproviders

 

INSPIRE heeft alleen betrekking op bestaande geo-informatie. Lidstaten zijn dus niet verplicht om ontbrekende geo-informatie in te winnen en via INSPIRE te ontsluiten. Daarentegen kunnen organisaties en of lidstaten er ook voor kiezen om de werking van INSPIRE uit te breiden tot meer thema’s dan in INSPIRE worden gedefinieerd. Dit kan vanuit het oogpunt van eenvoud, transparantie en dienstverlening aan de afnemers van geo-informatie een belangrijk argument zijn.

De Nederlandse overheid streeft ernaar om overheidsinformatie gratis en zonder gebruiksvoorwaarden beschikbaar te stellen. Dat geldt ook voor geo-informatie. Er mag desondanks wel een vergoeding in rekening worden gebracht voor de download-, verwerkings-, en aanroepdiensten. Voor raadpleegdiensten mag dit alleen indien de vergoeding nodig is om te waarborgen dat de desbetreffende verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens in stand worden gehouden.

Als een (overheids)instelling verstrekkingskosten in rekening brengt, moet deze er wel voor zorgen dat de gebruiker de betaling via internet kan voldoen. Vanaf oktober 2011 moet een organisatie die kosten in rekening brengt de berekeningswijze van de vergoedingen en de daarvoor in aanmerking genomen factoren kunnen specificeren.
 

In het artikel op www.geonovum.nl/dossiers/inspire/eisen-viewservices vindt u een samenvatting van de eisen waaraan INSPIRE dataproviders moeten voldoen in 2011.

 

Wanneer u een wijziging doorvoert in uw dataset of service, kan dit gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de metadata, atomfeeds en conformiteit van uw data en services. In het document wijzigingen en INSPIRE vindt u een praktische handreiking van de punten die u kunt controleren na een wijziging van uw INSPIRE datasets en services. Lees meer in het document INSPIRE en wat te doen bij wijzigingen.

In sommige gevallen kan een aangemerkte organisatie niet langer optreden als dataprovider voor een of meer INSPIRE-thema’s of onderdelen daarvan. In het processchema wijziging aanmerking dataproviders staat welke stappen er doorlopen moeten worden om de aanmerking te wijzigen.

De technische richtlijnen voor download services (zie Technical Guidance v2.0) zijn onlangs aangeboden aan de INSPIRE IOC Taskforce (zie http://inspire.jrc.ec.europa.eu/index.cfm/pageid/5/list/0). De verwachting is dat de IOC TF de  technische richtlijnen voor download services gaat upgraden naar v3.0, die daarna geïmplementeerd kunnen worden.

De dataproviders zullen dit zelf moeten monitoren. In het Nationaal georegister (het nationale INSPIRE portaal) wordt op dit moment wel de beschikbaarheid voor WMS-services gemonitord.

Om te voldoen aan de INSPIRE richtlijn moeten de volgende stappen worden doorlopen:

Beschrijven
Eerst zorgt INSPIRE ervoor dat duidelijk is welke plaatsgebonden gegevens beschikbaar zijn. Dit gebeurt door beschrijvingen van de gegevens, de metadata, te publiceren in een Europees internetportaal. Hierdoor ontstaat er een online doorzoekbare, Europese bibliotheekcatalogus van plaatsgebonden gegevens. Zie voor de deadlines de roadmap.

Harmoniseren
De volgende stap is de harmonisatie van de gegevens. Harmonisatie van gegevens betekent dat de gegevens van de verschillende lidstaten naadloos op elkaar moeten aansluiten. De gegevens onder de thema’s van Annex I moeten in 2012 geharmoniseerd beschikbaar zijn. Zie voor de deadlines de roadmap.

Beschikbaar stellen
Zodra de INSPIRE gegevens geharmoniseerd zijn, moeten de gegevens ook rechtstreeks vanaf het Europese internetportaal te raadplegen, te downloaden en te verwerken zijn. Dit gaat met behulp van netwerkdiensten. Achterliggende gedachte is dat het eigenlijk niet uitmaakt waar de geo-informatie is opgeslagen, via de netwerkdiensten worden deze voor organisaties toegankelijk en bruikbaar. In de praktijk van alledag gebruiken en beheren organisaties meestal hun eigen databases en toepassingen: gegevens van anderen worden binnengehaald en in databases opgeslagen. Het concept van netwerkdiensten vergt dus een andere benadering van het ICT-beleid: van een gesloten informatiearchitectuur naar een open informatiearchitectuur. Zie voor de deadlines de roadmap.

In Nederland is het Nationaal georegister aangewezen als INSPIRE portaal. Het Nationaal georegister is te bezoeken op http://www.nationaalgeoregister.nl.

Het Nationaal Georegister is het best te beschrijven als een 'gouden gids' voor het zoeken, vinden en ontsluiten van online geo-informatie in Nederland. Het geo-register bestaat uit:

  • een geografische zoekmachine 
  • web mapping viewer 
  • publicatietools voor providers 
  • uitgebreide achtergrondinformatie

INSPIRE heeft betrekking op geo-informatie in 34 thema’s. In verschillende fasen zal deze geo-informatie van metadata moeten worden voorzien en aangepast moeten worden aan de definities van INSPIRE (harmonisatie) en beschikbaar moeten worden gesteld. INSPIRE stelt hiervoor specifieke invoeringsregels op. Het gaat om regels voor:

  • Metadata;
  • Dataspecificaties per thema;
  • Netwerkdiensten;
  • Delen van data en diensten (gegevensuitwisseling);
  • Monitoring en rapportage van de implementatie en het gebruik van INSPIRE.

Onder verantwoordelijkheid van de Europese Commissie komen de invoeringsregels en dataspecificaties tot stand. Geonovum speelt hierbij voor Nederland een centrale rol. Zij coördineert de Nederlandse inbreng bij dit proces.

Nee. Dat wil zeggen: als er een update komt moet deze passen binnen INSPIRE maar INSPIRE schrijft niet het inwinnen van nieuwe (lees ook updaten) informatie voor.

Ja, dat mag. Voorwaarde is wel dat de dataset wordt geleverd conform de ‘encoding’ of uitwisselingsformaat van de INSPIRE data specificaties. De vereiste ‘encoding’ van te downloaden INSPIRE datasets is vastgelegd in een specifiek richtlijnendocument. De richtlijnen voor INSPIRE dataset uitwisseling zijn te vinden in de Guidelines for the Encoding of Spatial Data (D.2.7, Version 3.2). In het richtlijnendocument staat het volgende: “To support network services that are implemented as web services, spatial objects are expected to be primarily encoded in GML and metadata according to ISO/TS 19139. Coverage data is expected to use existing encodings for the range part, e.g. for the pixels of an orthophoto.”

Dit betekent, dat het uitwisselingsformaat voor vectordata in ieder geval GML 3.2.1 is. Daarnaast onderscheidt INSPIRE ook datasets die via zgn. file-based download, m.n. coverage of rasterdatasets, uitgewisseld kunnen worden.  Voor deze raster datasets kunnen meerdere uitwisselingsformaten gebruikt worden, zoals NetCDF, GEOTIFF, JPEG2000 Embedded in GML, GeoTIFF, BIFF.

 

Een INSPIRE conforme raadpleegdienst moet worden aangeboden via één (of meer) van de onderstaande interface standaarden:

  1. OGC Web Mapping Service (WMS) v1.1.1 (met INSPIRE extensies; het INSPIRE profiel)
  2. OGC Web Mapping Service (WMS) v1.3.0 (conform ISO 19128 met INSPIRE extensies; het INSPIRE profiel)
  3. OGC Web Mapping Tiling Service (WMTS) v1.0.0 (met INSPIRE extensies; het INSPIRE profiel)

Volgens INSPIRE zijn de data providers vrij om te kiezen welke interface standaard wordt geïmplementeerd. De OGC Web Mapping Service v1.3.0 is echter opgenomen op de “pas toe of leg uit” lijst van standaarden van de Nederlandse overheid. Daarom moeten Nederlandse dataproviders ofwel het INSPIRE profiel van de OGC Web Mapping Service v1.3.0 implementeren ofwel het INSPIRE profiel van de OGC Web Mapping Tiling Service v1.0.0. De OGC Web Mapping Tiling Service is opgenomen in het raamwerk van geo-standaarden dat is goedgekeurd door het GI-beraad.

 

‘As is’ betekent dat “MS must have services for which metadata has been created. This is the only condition which defines whether or not a service should be available”. Dat betekent, dat de dataset in een view service conform de gepubliceerde metadata aangeboden moet worden. De dataset hoeft dus niet te voldoen aan de data specificaties.

 

De eisen gelden voor toegankelijkheid van INSPIRE datasets en een eventuele toegangslaag, zijn vastgelegd in een aparte notitie. U vindt deze op: http://www.geonovum.nl/sites/default/files/inspire_toegangbeperkingen_v5.pdf

 

De invoeringstermijn voor INSPIRE loopt van 2009 – 2015. In deze periode worden een aantal trajecten doorlopen, ieder met hun eigen tijdpad en deadlines. De gedetailleerde weergave van de INSPIRE roadmap in Nederland vindt u op http://www.geonovum.nl/dossiers/inspire/roadmap
 

 

bron: www.geonovum.nl - 14-06-2009
Geonovum - Barchman Wuytierslaan 10 - info@geonovum.nl
033 460 41 00 - Postbus 508 - 3800 AM Amersfoort