- Home
- Actueel
- Geo-standaarden
- Dossiers
- Diensten
- Geonovum
Wat moet ik doen met mijn data die onder INSPIRE valt?
Wat moet ik doen met mijn data die onder INSPIRE valt?
Om te voldoen aan de INSPIRE richtlijn moeten de volgende stappen worden doorlopen:
Beschrijven
Eerst zorgt INSPIRE ervoor dat duidelijk is welke plaatsgebonden gegevens beschikbaar zijn. Dit gebeurt door beschrijvingen van de gegevens, de metadata, te publiceren in een Europees internetportaal. Hierdoor ontstaat er een online doorzoekbare, Europese bibliotheekcatalogus van plaatsgebonden gegevens. In 2010 moeten de lidstaten de metadata van de thema’s onder Annex I en II in het Europees portaal beschikbaar stellen. In 2013 volgen de metadata van de thema’s onder Annex III.
Harmoniseren
De volgende stap is de harmonisatie van de gegevens. Harmonisatie van gegevens betekent dat de gegevens van de verschillende lidstaten naadloos op elkaar moeten aansluiten. De mate waarin gegevens geharmoniseerd moeten worden, varieert per Annex. INSPIRE schrijft voor dat de thema’s in Annex I en II sterk geharmoniseerd worden en Annex III beperkt. Beperkte harmonisatie houdt in dat de informatie in het Europese coördinatenstelsel beschikbaar is en dat objecten zijn voorzien van een classificatie en definitie. Denk bijvoorbeeld aan een legenda op de kaart. Voor Annex I en II gelden daarnaast ook eisen voor de positie (goede aansluiting van bijvoorbeeld wegen op de grenzen van lidstaten), unieke identificatie, relaties, attributen, domeinwaardelijsten en regels voor versiebeheer. Deze sterke harmonisatie is vergelijkbaar met de mate van harmonisatie in Nederlandse informatiemodellen onder het Basismodel Geo-informatie (NEN3610), zoals IMRO, IMWA en TOP10NL. De gegevens onder de thema’s van Annex I moeten in 2012 geharmoniseerd beschikbaar zijn. Vanaf 2015 geldt dit ook voor de gegevens onder de thema’s van Annex II en III.
Beschikbaar stellen
Zodra de INSPIRE gegevens geharmoniseerd zijn, moeten de gegevens ook rechtstreeks vanaf het Europese internetportaal te raadplegen, te downloaden en te verwerken zijn. Dit gaat met behulp van netwerkdiensten. Achterliggende gedachte is dat het eigenlijk niet uitmaakt waar de geo-informatie is opgeslagen, via de netwerkdiensten worden deze voor organisaties toegankelijk en bruikbaar. In de praktijk van alledag gebruiken en beheren organisaties meestal hun eigen databases en toepassingen: gegevens van anderen worden binnengehaald en in databases opgeslagen. Het concept van netwerkdiensten vergt dus een andere benadering van het ICT-beleid: van een gesloten informatiearchitectuur naar een open informatiearchitectuur. De gegevens onder Annex I zijn na 2012 direct te downloaden. De gegevens onder Annex II en III na 2014.
