- Home
- Actueel
- Geo-standaarden
- Dossiers
- Diensten
- Geonovum
Veelgestelde vragen - RO Standaarden
Hieronder vindt u een gerubriceerd overzicht van veel voorkomende vragen en antwoorden over de toepassing van RO Standaarden. Heeft u een andere vraag over het toepassen van de standaarden, stuur dan een e-mail naar ro-standaarden@geonovum.nl
Telefonisch is de helpdesk van maandag tot en met donderdag tijdens kantooruren te bereiken via telefoonnummer 033 - 460 41 00.
Wilt u een opmerking maken over de werking van de standaard? Maak dan gebruik van het Meldingsformulier.
![]()
Heeft u een juridische vraag over de Wro, ga dan naar de Helpdesk Wro. Deze is telefonisch bereikbaar tussen 09.00 en 12.00 uur via telefoonnummer 070 - 373 5040.
Welke documenten gekoppeld moet worden bij een gebiedsgericht besluit is afhankelijk van het besluit. Met behulp van de PRGB zijn namelijk zeven verschillende soorten besluiten samengevat. en is verder uitgewerkt bij het besluitgebied, besluitvlak en besluitsubvlak in de PRGB.
Als voorbeeld het projectbesluit. De bestanden die gekoppeld kunnen worden (conform STRI, tabel 2):
- Besluitdocument: d_
- Bijlagen bij besluitdocument: db_
- Besluittekst: b_
- Bijlagen bij besluittekst: bb_
- Regels: r_
- Bijlagen bij regels: rb_
- Toelichting: t_
- Bijlagen bij toelichting: tb_
- Vaststellingsbesluit: vb_
Het besluitdocument wordt gekoppeld aan het besluitgebied (vergelijkbaar met een bestemmingsplan: plangebied). De tekst heeft betrekking op het volledige plan. Niet ieder projectbesluit heeft bijlagen bij het besluitdocument. Het is mogelijk het collegevoorstel te plaatsen in de bijlagen van het besluitdocument.
De besluittekst (beleidstekst) wordt gebruikt voor de onderbouwing van het object. Het kan alleen aan een besluit(sub)vlak worden gekoppeld ofwel de inhoud van het plan (maximaal 1).
Stel er is een aanlegvergunning opgenomen, daarvoor kunnen nog specifieke regels voor opgenomen worden met behulp van r_ in plaats van de besluittekst (maximaal 1).
Een vaststellingsbesluit wordt aan het plan (het besluitgebied) gekoppeld wanneer het plan de status vastgesteld of later heeft.
De toelichting is de onderbouwing van het projectbesluit.
Wellicht is verbeelding wat verwarrend. Het projectbesluit dient namelijk raadpleegbaar te zijn door op een vlak te klikken, waardoor informatie wordt verkregen over het projectbesluit. Hetzelfde als bij een bestemmingsplan. Echter voor een projectbesluit is geen afgesproken weergave van de verbeelding zoals dat bij een bestemmingsplan bepaald is met de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2008). De kleur en arcering van vlakken of lijnen in het projectbesluit mogen dus vrij gekozen worden. In de praktijk wordt regelmatig de SVBP2008 gebruikt voor de verbeelding en benaming van de objecten in het projectbesluit. De motivering hiervoor is dat het projectbesluit met een jaar toch in het bestemmingsplan opgenomen moet worden en dit dan eenvoudiger is.
Bij een structuurvisie spreken we van beleidsdocumenten en beleidsteksten. Het beleidsdocument is de volledige structuurvisie in tekstvorm. De beleidstekst wordt opgenomen bij het object structuurvisiegebied. Vergelijk dit met de bestemmingsregels die worden gekoppeld aan een bestemming. Deze zijn ook een deel van de planregels die behoren bij een specifiek object.
Het overgangsrecht Wro bepaalt dat een plan dat ouder is dan 5 jaar bij de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 binnen 5 jaar moet worden herzien. Dit is voor 1 juli 2013.
De Regeling standaarden ruimtelijke ordening (digitale verplichting) van de Wro gaat in per 1 januari 2010. Dat betekent dat alle plannen (ook herzieningen van oude plannen) die na 1 januari 2010 de procedure ingaan, moeten voldoen aan de RO Standaarden. Het plan wordt digitaal beschikbaar gesteld op een weblocatie. RO-Online kan dit plan ophalen doordat in de index de weblocatie bekend is. Bij publicatie wordt aangegeven waar het plan ingezien kan worden. Dat kan RO-Online zijn.
De inwerkingtreding van de digitalisering verplichting per 1 januari 2010 heeft geen invloed op het overgangsrecht en de hieraan gekoppelde termijn van 5 jaar. Van eventueel uitstel actualisering tot 2015 is dan ook geen sprake.
De Praktijkrichtlijn Plancontour en PDF (PRPCP2008) geeft aan dat de pdf bestanden niet groter mogen zijn dan 5 Mb. In de praktijk kan een scan van een bestemmingsplankaart of van de voorschriften groter zijn dan 5Mb. Bij het maken van de pdf (het scannen van de materialen) kunt u echter aangeven hoe nauwkeurig (dpi) het document moet worden.
Houdt u voor het maken van een plancontour aan onderstaande normen voor beschikbaarstelling via een STRI2006 manifest.
- Voor beschikbaarstelling wordt een lage scanresolutie van maximaal 96 dpi gebruikt, dat geschikt isvoor beeldgebruik. Immers hoge resoluties betekent grote bestanden die zo groot kunnen zijn, dat gebruik door eindgebruikers over een normale internetverbinding te traag zo niet onmogelijk wordt;
- Scanning in kleur, bitdiepte maximaal 24 bits of zwart-wit bitdiepte maximaal 16-bits;
- In de PDF worden de gescande afbeeldingen gecomprimeerd;
Gamma-instelling 2,2; - Kleurruimte sRGB;
- Maximale bestandsgrootte: 5 Mb;
- Voor normen voor bestandsformaten wordt verwezen naar PRPCP2008, hoofdstuk 6.
De Validator en RO-Online controleren vooralsnog niet op de grootte van de pdf bestanden. Indien een document bijvoorbeeld 5,5 Mb groot is, is dit geen probleem. Het is echter voor de gebruikers van RO-Online niet prettig wanneer een pdf van bijvoorbeeld 60 Mb beschikbaar is gesteld door de bronhouder.
De bronhouder kan op de eigen website voor de bezoekers wel de grotere bestanden beschikbaar stellen als zij dit wil, maar bij voorkeur niet via het STRI2006 manifest voor RO-Online.
Vanaf 1 januari 2010 worden vrijwel alle nieuwe planologische visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene maatregelen van bestuur (Wro instrumenten) digitaal vervaardigd en op elektronische wijze beschikbaar gesteld.
Echter, het exploitatieplan (Wro afdeling 6.4) hoeft niet digitaal, ook niet vanaf 1 januari 2010. De reden daarvoor is eenvoudig: bij de voorbereiding van het project dat de realisatie van de RO Standaarden 2008 tot stand heeft gebracht, is in de Wro gekeken welke instrumenten de standaarden allemaal zouden moeten ondersteunen. Op dat moment was de Grondexploitatiewet (Grex) nog niet opgenomen in de Wro en is dan ook niet meegenomen bij de digitalisering. Daarom wordt er vanuit de RO Standaarden momenteel geen ondersteuning geboden om ook het exploitatieplan op soortgelijke wijze te digitaliseren.
Op het moment zijn er geen regels voor het digitaal exploitatieplan, artikel 6.2.2 Bro is daarom nog niet in werking getreden (zie inwerkingstredings-kb), en zal ook op 1 januari 2010 niet in werking treden.
Het ministerie van VROM heeft begin dit jaar naar alle bronhouders 1 exemplaar (per bronhouder) van de map met de RO Standaarden gestuurd. Deze zending was eenmalig. Wilt u zelf gebruik maken van de RO Standaarden in papieren vorm en nog belangrijker, de door u zelf samengestelde map actueel houden, dan kunt u hiervoor de documenten zelf downloaden.
De wijziging Regeling standaarden ruimtelijke ordening is 17 juni 2009 gepubliceerd in de Staatscourant.
Het maken van een contourenkaart is niet verplicht. Dat het erg gemakkelijk kan zijn om een contourenkaart te hebben van alle ruimtelijke plannen binnen de grenzen van de gemeente wordt ook door VROM erkend. Daarom heeft VROM een niet-verplichte praktijkrichtlijn opgesteld met aanwijzingen voor het opstellen van een plancontour en inscannen van WRO plannen. Dit met als doel ook deze plannen en informatie uit te kunnen wisselen en delen met anderen. Als de plannen op deze manier beschikbaar worden gesteld op de website van de gemeente kunnen ze ook door andere bronhouders worden geraadpleegd in RO-Online.
De Praktijkrichtlijn Plancontour en PDF kunt u net als de verplichte RO Standaarden raadplegen en downloaden via deze site.
De PRPCP2008 wordt gebruikt en is bedoeld voor plannen die onder de oude WRO de vigerende ruimtelijke plannen digitaal en objectgericht wil maken. Met PRPCP2008 wordt de informatie per plan gegeven.
De plannen conform de Wro die na 1 januari 2010 in procedure gaan, moeten voldoen aan de RO Standaarden 2008. De IDN hierin is inderdaad anders dan de IDN van de IMRO2006. Als een plan in de periode 1 juli 2008-1 januari 2010 wordt opgesteld, gebruikt men al vooruitlopend op de verplichting vanaf 1 januari 2010 de RO Standaarden 2008 voor. Worden de RO Standaarden nu nog niet gebruik voor de plannen die nu de procedure ingaan, dan is dat geen probleem. De bronhouder is wel verplicht is de plannen digitaal beschikbaar te stellen, vormvrij. Dit kan in de vorm van pdf. En dat mag conform PRPCP2008. Hiervoor wordt dan de IDN methodiek gehanteerd zoals bij IMRO2006, niet IMRO2008.
In het vaststellingsbesluit wordt het digitale plan vastgesteld. De naam van het plan kan zeker worden opgenomen, maar de daadwerkelijke identificatie van het plan is het plannummer (planIDN). Het plannummer staat centraal, op basis daarvan kan het plan geïdentificeerd worden. Dit plannummer moet worden opgenomen in het vaststellingsbesluit. De naam van de analoge verbeelding wordt niet in het vaststellingsbesluit opgenomen. Op de plot van het plan neemt u het plannummer wel op. Dit kan naast de naam van het plan.
Bij het bestemmingsplangebied kan maximaal 1 verwijzing naar de ‘bijlage bij toelichting’ opgenomen worden, deze verplichting is te lezen in de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen (PRBP). Er mag ook maximaal 1 verwijzing naar ‘bijlage bij regels’ opgenomen worden bij het bestemmingsplangebied.
Dit is gedaan om een lange lijst van individuele verwijzingen te voorkomen. In de praktijk kan de toelichting echter van meerdere bijlagen zijn voorzien. Er zijn twee mogelijkheden om dit op te lossen.
- Alle bijlagen bundelen tot 1 document;
- Maak gebruik van een index of inhoudsopgave in de bijlage, die verwijst naar verschillende documenten. In dit geval kan de bijlage gesplitst worden in zoveel documenten als nodig is. Als maar 1 document met index of inhoudsopgave gekoppeld is aan het bestemmingsplangebied als ‘bijlage bij toelichting’. Bijvoorbeeld: ‘ tb_NL.IMRO.0999.BP2008000001-0005_inhoud.htm’.
De laatste oplossing is ook toegepast in het voorbeeld bestemmingsplan op de Geonovum RO Standaarden website: NL.IMRO.0999.BP2008000001-0005.
In de identificatie van het plan (plannummer) neemt u geen CBS-buurt/wijkcode op. Met de DURP standaarden 2006 was het wel standaard waar mogelijk een CBS-buurt/wijkcode mee te geven in de identificatie. Het is de bronhouder nu vrij om eventueel in de naamcode wel een CBS-buurt/wijkcode te gebruiken.
Lees hier verder voor de opbouw van identificatiecode van het object Bestemmingsplangebied.
Het gebruik van de versiecode is verplicht. Hoe de versiecode wordt gebruikt en wanneer deze wordt opgehoogd:
- Altijd opgehoogd indien er sprake is van een nieuw planstadium, bijvoorbeeld van voorontwerp naar vastgesteld;
- Ook altijd als er binnen één planstadium meerdere versies extern worden gepubliceerd;
- Maar ook zo vaak de bronhouder dat wil, bijvoorbeeld bij interne versies.
De bronhouder heeft daarmee enige invloed op de versiecode en daarmee de identificatie. Wellicht hebben ze dit ook in een handboek bepaald. De opbouw van zzzz kan op deze wijze verschillend worden gehanteerd door de verschillende bronhouders. Dit is de ruimte die wordt aangegeven met ‘de bronhouder bepaalt’.
Lees hier verder voor de opbouw van identificatiecode van het object Bestemmingsplangebied.
Het plannummer, ofwel de identificatiecode, van het object Bestemmingsplangebied heeft de volgende opbouw: NL.IMRO.xxxx.yyyyyyyyyyyyyyyyyy-zzzz
- Waarbij NL de landencode van Nederland is, gevolgd door een punt (.)
- Waarbij IMRO altijd volgt, dit is de aanduiding van de namespace waarin het object voorkomt, gevolgd door een punt (.)
- Waarbij Bronhouder (de xxxx in bovenstaand opbouw) de aanduiding van het CBS-nummer van de bronhouder van de dataset is, in uw geval van de gemeente Koggenland, gevolgd door een punt (.).
- Waarbij de Naamcode (de yyyyyyyyyyyyyyyyyy in bovenstaand opbouw)de door de bronhouder te bepalen naam van maximaal 18 alfanumerieke karakters is, gevolgd door een streepje (-). De naamcode is uniek binnen de context van de RO instrumenten van de bronhouder.
- Waarbij Versiecode (de zzzz in bovenstaand opbouw) de door de bronhouder te bepalen versie van het instrument (bestemmingsplan)is in de vorm van vier alfanumerieke karakters. Dit zijn altijd 4 karakters, indien nodig met gebruik van voorloopnullen. De versiecode is uniek voor alle versies die extern gepubliceerd zijn conform de STRI2008. De versiecode wordt altijd opgehoogd indien er sprake is van een nieuw planstadium, bijvoorbeeld van voorontwerp naar vastgesteld, maar ook als er binnen één planstadium meerdere versies extern worden gepubliceerd.
In de naamcode van de identificatie wordt de naam van het plan ingevuld door alfanumerieke karakters, cijfers en letters. De bronhouder beslist of dit alleen cijfers, alleen letters of een combinatie van cijfers en letters is. Er wordt geen gebruik gemaakt van een punt (.) of bijvoorbeeld een liggend streepje(_).
Bij het maken van een functieaanduiding met de naam ‘specifieke vorm van ..’ is van belang waar de functie een specifieke vorm van is. De specificatie is gebonden aan de functie waar het een verbijzondering van is. Dat de aanduiding gebruikt wordt binnen een andere bestemming dan waar de aanduiding een ‘specifieke vorm van..’ is, is prima. Voorbeelden:
- Binnen de bestemming agrarisch wil je verkoop van ijs toestaan. Het wordt dan niet een ‘specifieke vorm van agrarisch..’ maar ‘specifieke vorm van horeca ..’ omdat het ijsverkooppunt een functie van horeca is en niet agrarisch.
- Binnen wonen wil je een schoonheidssalon toestaan. Dit wordt dan ‘specifieke vorm van detailhandel ..’ omdat een schoonheidssalon geen woonfunctie is.
Rijksmonumenten worden vaak niet in het bestemmingsplan geregeld, omdat de Monumentenwet daarop van toepassing is. Karakteristieke bebouwing, provinciale monumenten en gemeentelijke monumenten worden vaker in het bestemmingsplan opgenomen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ volgens de SVBP. Aan deze aanduiding kunnen bouw- en gebruiksregels worden gekoppeld.
Een rooilijn kan door middel van de figuur 'gevellijn' worden opgenomen. De aanduidingregels die men tot nu toe gewend was aan 'rooilijn' toe te voegen, worden nu toegevoegd aan ' gevellijn'. De bronhouder geeft zelf de betekenis van de bestemmingen en aanduidingen in de regels. In de SVBP is de 'gevellijn' in de lijst van figuren, bijlage 10 opgenomen.
Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het mogelijk om bij een bestemmingsplan te bepalen dat het verlenen van een omgevingsvergunning is uitgesloten. Dit kan op het niveau van de bestemming bepaald worden in de regels, maar gekoppeld worden aan een bepaald gebied.
Deze uitsluitingbevoegdheid bestaat nu ook al in de Wro, artikel 3.22 lid 2 en was in de WRO bekend onder artikel 17. Dit betekent dat nu ook een ontheffing voor een bestemmingsplan kan worden kan worden toegepast maar om een bepaalde reden voor een gebied binnen dat plan niet. Straks (Wabo) betekent dat dat er geen omgevingsvergunning kan worden toegepast.
Er is in de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) geen specifieke aanduiding voor benoemd. Bij het opstellen van de SVBP is men ervan uit gegaan dat een dergelijke bepaling in de regels wordt opgenomen. Het is niet nodig dit via de verbeelding direct te laten zien, maar natuurlijk wel mogelijk als de planmaker/ bronhouder dat wil. Het is mogelijk dit onder de gebiedsaanduiding wro-zone te laten vallen zonder hier een expliciet nieuwe naam aan de gebiedsaanduiding toe te voegen.
Groepen van gebiedsaanduidingen zijn limitatief. De genoemde functies binnen de groepen zijn niet gelimiteerd. Dit is veranderd in versie 1.1 van de RO Standaarden 2008. In de eerste versie van de standaarden waren de regels anders. Raadpleeg Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP2008) onder het dossier RO Standaarden op deze site.
De begripsbepalingen en wijze van meten moeten integraal overgenomen worden uit de SVBP2008. Men mag deze bepalingen e.d. wel aanvullen voor zover het de standaard bepalingen en wijze van meten niet weerspreekt.
Hoogspanning is ondergronds en hoogspanningsverbinding bovengronds.
Het is mogelijke een beschermd stadsgezicht als een dubbelbestemming op te nemen.
Indien wordt gekozen voor een dubbelbestemming, dan is dit een Waarde. Er kan gespecificeerd worden met een functie zoals deze al is opgenomen in de SVBP; Cultuurhistorie. Of de functie Beschermd stadsgezicht:
- Waarde - Cultuurhistorie
Waarde - Beschermd stadsgezicht
Beide is mogelijk volgens de SVBP2008 (zie hoofdstuk 3).
Er wordt voor een gebiedsaanduiding gekozen wanneer het gaat om gebieden/ zones die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. In de SVBP2008 is een limitatieve lijst van groepen van gebiedsaanduidingen opgenomen, met een ongelimiteerde functielijst. Indien u kiest voor een beschermd stadsgezicht als een gebiedsaanduiding dan kan dit via de gebiedsaanduidinggroep 'overig'. De naam van de aanduiding wordt:
- beschermd stadsgezicht
Voor de groep 'overig' is de keuze van het type arcering voor de analoge verbeelding vrij, de arcering dient wel in de bijbehorende grijze kleur te worden verbeeld. Voor de digitale verbeelding geldt een grijs gevuld vlak. Zie voor beide presentaties en kleurcodes de SVBP2008, bijlage 5.
Een bouwaanduiding hoeft geen onderdeel te zijn van een bouwvlak. Een bouwaanduiding kan ook relatie hebben met een bestemmingsvlak zonder dat daar een bouwvlak ‘tussen’ ligt.
Dit geldt ook voor een maatvoering en voor een figuur.
In paragraaf 1.7 van de Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen (SVB2008)is aangegeven welke zaken in ieder geval op de analoge plankaart moeten worden geplaatst. Het idn van het plan (plannummer) staat hier niet bij. Echter het is wel belangrijk dat alle relevante bestemmingsplaninformatie aanwezig is op de analoge verbeelding. De voorkeur gaat er dan ook naar uit, om het idn van het plan terug te laten komen op de analoge verbeelding (hoekstempel). Aan de verbeelding is op deze wijze via het idn ook de status en versie van het plan te herleiden.
In de Praktijkrichtlijn voor Bestemmingsplannen (PRBP2008) staat het volgende over meerdere functieaanduidingen;
- "Het kan ook voorkomen dat meerdere, verschillende functieaanduidingen binnen één bestemming noodzakelijk zijn omdat de regels (voorheen voorschriften genoemd) dat vereisen. In dat geval komt het object Functieaanduiding meerdere keren voor".
- Bijvoorbeeld: een overlappende functie ‘parkeren onder maaiveld’ en ‘functie evenementen boven maaiveld’.
Het is dan ook mogelijk dat functieaanduidingen zoals geschetste voorbeeld elkaar overlappen, maar elkaar niet volledig dekken. Een functieaanduiding kan samenvallen met een bestemmingsvlak, maar ook gedeelten daarvan omvatten. Een functieaanduiding verwijst (attribuut) naar bestemmingsvlak of gebiedsaanduiding, maar kan niet verwijzen naar een andere functieaanduiding.
Als een gemeente goede ruimtelijke redenen heeft, kan en mag de gemeente een aanvullende regeling treffen. Dit kan in een aanvullende wijze van ‘meten bepaling’ of in de bouwregels. Het werken met specifieke bouwaanduidingen is ook mogelijk. Met een specifieke regeling kunnen ongewenste situaties worden voorkomen.
Zet de bestemmingen en dubbelbestemmingen als 1 lijst direct onder elkaar zoals op pagina 4 van de SVBP wordt aangegeven. De lijst van (dubbel)bestemmingen is aangeven met een kopje “bestemmingen”. De lijst wordt afgesloten en gevolgd door een nieuw kopje; “aanduidingen” indien er natuurlijk aanduidingen zijn.
In de legenda van de analoge verbeelding volstaat met de omschrijving “plangebied”. In het hoekstempel staat de volledige naam van het plan.
Het is mogelijk een bestemming zoals Woongebied op te nemen zonder een bouwvlak of andere aanduidingen binnen deze bestemming. Het is wel verstandig in de bijhorende regels dit te verklaren. Indien er meerdere bestemmingen Woongebied in het bestemmingsplan zijn, kan er nog gespecificeerd worden door middel van nummering
- Woongebied 1
- Woongebied 2
De RO Standaarden verplichten niet tot het opnemen van bouwvlakken of andere aanduidingen als deze op die locatie niet van toepassing zijn. Maar als er bijvoorbeeld wel een lpg-zone is, moet deze natuurlijk wel opgenomen worden.
De gebiedsaanduidinggroepen zijn limitatief, maar de functies onder de groepen niet. Dit is dezelfde systematiek die wordt gebruikt bij de (dubbel)bestemmingen.
Een geluidzone voor luchtvaartverkeer kan als volgt opgenomen in een plan;
- gebiedsaanduidingnaam: geluidzone – luchtvaart
- gebiedsaanduidinggroep: geluidzone
Bij de anloge verbeelding wordt voor deze gebiedsaanduiding gebruik gemaakt van bijbehorende originele gebiedsaanduiding ´geluidzone´. Zie voor de verbeelding bijlage 5 van de SVBP2008, de eerste weergave (met verticale strepen). Als er meerdere van deze geluidzones zijn, kan onderscheid worden gemaakt door cursief weergegeven cijfers. Dit nummer is dan wel opgenomen in het attribuut label dat hoort bij deze gebiedsaanduiding.
Specificatie van een bestemming kan plaatsvinden door achter de naam van de hoofdgroep een specifieke bestemmingsbenaming te zetten. Hierdoor ontstaat een aparte bestemming met eigen regels. Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt, wanneer zich binnen dezelfde hoofdgroep functies voordoen die qua ruimtelijke kenmerken en effecten, ook wel situeringskenmerken genoemd, grote verschillen vertonen.
Gebruik voor de specificatie van de bestemming een lettercombinatie die nog niet gekoppeld is aan een andere bestemming of aanduiding in de SVBP. De letters WR kunnen niet gebruikt worden omdat deze gekoppeld zijn aan de dubbelbestemming hoofdgroep ‘Waarde’.
Voorbeeld: Agrarisch - Akkerbouw (A-AK)
De analoge en digitale verbeelding van de bestemmingsplannen dienen te voldoen aan de eisen die gesteld zijn in de RO Standaarden, onderdeel Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2008).
Indien een bestemming niet onder een hoofdgroep van enkelbestemmingen is te scharen, wordt gebruik gemaakt van de hoofdgroep ‘Overig’. In dat geval is de naam van de bestemming de naam van de te bestemmen functie. In de naam van de bestemming neemt u Overig niet op, ook niet in de regels. ´Overig´ koppelt u als een van de attributen bij het object bestemming(bestemmingshoofdgroep).
De stappen om de ruimtelijke plannen voor een ieder beschikbaar te stellen zijn beschreven in het document 'Stappenplan bronhouders RO-Online'.
Om uw plannen bekend te maken aan de index dient u een account aan te vragen voor deze index.Vanaf 1 november 2009 zal elke bronhouder die een account aanvraagt voor RO-Online dit doen volgens een vastgelegd format.
Voorbeeldplannen, met al hun onderdelen, zijn te vinden op de website van Geonovum onder Voorbeeldplannen. Bij de plannen treft u ook voorbeelden van een geleideformulier aan.
De in de Bro artikel 1.2.2 bedoelde landelijke voorziening is RO-Online. De bronhouder kan van deze landelijke voorziening gebruik maken bij de verplichting tot publicatie, het beschikbaar stellen van de ruimtelijke plannen. Dit is inclusief de verbeelding.
Bij de helpdesk Wro - helpdesk.wro@agentschapnl.nl - kunt u met vragen en opmerkingen over RO-Online terecht. Mogelijk is uw vraag al eerder gesteld? Lees verder..
Veelgestelde vragen over RO-Online vindt u op Infomil.
De site www.ruimtelijkeplannen.nl (bekend als RO-Online) bevat de ruimtelijke plannen van Nederland. RO-Online wordt beheerd door het ministerie van VROM.
De conformiteitstoets controleert of in de software correct gebruik wordt gemaakt van IMRO2008 en STRI2008. De toets is gericht op het correct opbouwen en uitwisselen van de digitale ruimtelijke plannen. De digitale en analoge verbeelding valt buiten de scope van de toets. De wijze waarop data wordt geïmporteerd en weergegeven controleert de toets niet. Wel zijn er afspraken in de RO Standaarden opgenomen voor de verbeelding van digitale bestemmingsplannen; de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). Op onze website kunt u meer lezen over de reikwijdte van de toets.
Op de website van de RO Standaarden vindt u een overzicht van softwareleveranciers op het gebied van ruimtelijke ordening.
Leveranciers van RO software kunnen een conformiteitstoets bij Geonovum aanvragen. Een onafhankelijke toetsingsorganisatie voert de toets uit.
Certificaten worden uitgegeven per onderdeel onderdeel waarvoor een applicatie functionaliteit aanbiedt: per plantype en per maak- en/of publiceerfunctionaliteit. Geonovum publiceert de certificaten op haar site. Het toetsen is een terugkerend proces: afhankelijk van ontwikkeling van de RO Standaarden en ontwikkeling van de applicatie.
Lees meer over software en certificering.
Voor het maken van een structuurvisie kunt u gebruik maken van de praktijkrichtlijn voor structuurvisies. Voor zowel gemeentelijke, provinciale als rijk structuurvisies kunt u de praktijkrichtlijnen downloaden van onze website.
Om een digitaal plan conform de praktijkrichtlijn te kunnen maken heeft u inderdaad software nodig. Op onze website staat een overzicht van leveranciers en hun producten. Wij adviseren niet welke software u goed kunt gebruiken, wel wordt getoond welke software er beschikbaar is.
Wanneer de Validator de volgende melding geeft:
Fout Foutcode AD5A: imro:verwijzingNaarTekst (huidige waarde "r_NL.IMRO. NL.IMRO.0999.BP2008000001-0005_2.8.html") is een bestandsnaam die niet voldoet aan de bestandsnaamconventies van IMRO2008 en STRI2008. De planId (NL.IMRO.0999.BP20081000001-0005) volgt niet onmiddellijk na de prefix. Binnen het element NL.IMRO.00999.DP1150814553-00.
Het volgende is er aan de hand:
Kijk in de GML, het betreft element NL.IMRO. 00999.DP1150814553-00 (een dubbelbestemming) met de naam .. De bestemmingsregels zijn gekoppeld aan deze dubbelbestemming: r_NL.IMRO. NL.IMRO.0999.BP2008000001-0005_2.8.html.
Blijkbaar voldoet de naam niet aan de bestandsnaamconventie; het komt namelijk niet overeen met de idn van het plan: NL.IMRO.0999.BP20081000001-0005. Zet de 2 idn’s onder elkaar dan is zichtbaar waar het probleem zit:
- NL.IMRO.0999.BP2008000001-0005_2.8.html
- NL.IMRO.0999.BP20081000001-0005
In de bestandsnaam van de regels ontbreekt de 1.
Wilt u weten wat andere fouten betekenen, raadpleeg dan de werkinstructie. Krijgt u foutmeldingen van www.ruimtelijkeplannen.nl (RO-Online), mogelijk is uw vraag al eerder gesteld of neem contact op met de helpdesk Wro.
Wanneer in een bestemmingsplan bij maatschappelijk de regels in artikel 3 staan, maar de verwijzing is gegeven naar artikel 10 is dit een controle die de Validator niet uitvoert.
Het primaire doel van de Validator is het waarborgen van de daadwerkelijke uitwisselbaarheid van plannen tussen bronhouders en afnemers. Dit betekent dat vooral op technische aspecten wordt getoetst die direct of indirect uit de RO Standaarden zijn af te leiden. Dit is natuurlijk heel belangrijk, maar niet genoeg om 'goede' (digitale) RO te bedrijven. Er blijven altijd inhoudelijke controles door inhoudelijk deskundigen nodig en bovendien valt niet alles geautomatiseerd te controleren.
De Validator controleert of de velden zijn ingevuld (conform de RO Standaarden), maar controleert niet de inhoud van het veld. Ook niet in combinatie met de regels. Het verdient zeker de aanbeveling alle vlakken en verwijzingen te controleren. Wellicht kun u uw eigen RO-software ook gebruik voor dit soort controles.
Wat betreft de mogelijke juridische consequenties: er is nog geen jurisprudentie, dus er valt niet met zekerheid te zeggen hoe de rechter zal oordelen over dit soort fouten. Een klagende belanghebbende zou kunnen betogen dat belangen zijn geschaad door deze fout, maar uiteindelijk zal de rechter ook uitgaan van proportionaliteit, relevantie etc. Wel zal de bewijslast dan bij de gemeente liggen om aan te tonen dat dit geen bewuste fout is. Overigens is enige relativering op zijn plek: dit soort situaties zijn in de digitale praktijk niet wezenlijk anders dan in de huidige papieren praktijk: ook hier komen fouten en foutjes voor die niet direct ernstige gevolgen hoeven te hebben.
U vindt de Validator via:
