- Home
- Actueel
- Geo-standaarden
- Dossiers
- Kennis
- Geonovum
Veelgestelde vragen - RO Standaarden
Hieronder vindt u een overzicht van veel voorkomende vragen met antwoorden over de toepassing van RO Standaarden. De verschillen tussen de RO Standaarden 2008 en 2012 worden inzichtelijk gemaakt met de wiki.
Staat uw vraag er niet tussen? Neem contact met de helpdesk op via ro-standaarden@geonovum.nl of 033 - 460 41 00. Telefonisch is de helpdesk van maandag tot en met donderdag tijdens kantooruren te bereiken.
Wilt u een opmerking maken over de werking van de standaard of een fout in de standaard melden? Maak dan gebruik van het meldingenformulier.
De PRPCP2008 is bedoeld voor die ruimtelijke plannen die onder de oude WRO tot stand zijn gekomen en nog vigerend zijn, digitaal wil maken. Met PRPCP2008 wordt de informatie per plan gegeven.
Als een plan in de periode 1 juli 2008-1 januari 2010 is opgesteld, gebruikt men al vooruitlopend op de verplichting vanaf 1 januari 2010 de RO Standaarden 2008. Wanneer de plannen in deze periode overeenkomstig de huidige Wro analoog in procedure zijn geweest, kunnen deze ook met behulp van de PRPCP2008 versie 1.2.1 beschikbaar worden gesteld.
De plannen conform de Wro die na 1 januari 2010 in procedure gaan, moeten voldoen aan de op dat moment geldende RO Standaarden. De plan IDN hierin is anders dan de IDN van de IMRO2006.
Het maken van een contourenkaart is niet verplicht. Dat het erg gemakkelijk kan zijn om een contourenkaart te hebben van alle ruimtelijke plannen binnen de grenzen van de gemeente wordt erkend. Daarom is een niet-verplichte praktijkrichtlijn opgesteld met aanwijzingen voor het opstellen van een plancontour en inscannen van WRO plannen: Praktijkrichtlijn voor Plancountour en PDF (PRPCP2008). Dit met als doel ook deze plannen en informatie uit te kunnen wisselen en delen met anderen. Als de plannen op deze manier beschikbaar worden gesteld op de website van de gemeente kunnen ze ook door andere bronhouders worden geraadpleegd in ruimtelijkeplannen.nl.
Het ministerie van VROM (nu het ministerie van Infrastructuur en Milieu) heeft voor de inwerkingtreding van de digitale verplichting van de Wro alle bronhouders 1 exemplaar per bronhouder van de map met de RO Standaarden 2008 gestuurd. Deze zending was eenmalig. Wilt u zelf gebruik maken van de RO Standaarden in papieren vorm en nog belangrijker, de door u zelf samengestelde map actueel houden, dan kunt u hiervoor de documenten zelf downloaden.
Vanaf 1 januari 2010 worden vrijwel alle nieuwe planologische visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene maatregelen van bestuur (Wro instrumenten) digitaal vervaardigd en op elektronische wijze beschikbaar gesteld.
Per 1 juli 2013 is het verplicht het exploitatieplan (Wro afdeling 6.4) digitaal te vervaardigen en elektronische wijze beschikbaarte stellen conform de RO Standaarden 2012. In de Praktijkrichtlijn Gebiedsgerichte Besluiten (PRGB2012) wordt dit toegelicht. Het is al mogelijk, niet verplicht, om het exploitatieplan vanaf 1 oktober 2012 conform de RO Standaarden 2012 beshcikbaar te stellen.
Het plannummer, ofwel de identificatiecode, van het object Bestemmingsplangebied heeft de volgende opbouw: NL.IMRO.xxxx.yyyyyyyyyyyyyyyyyy-zzzz
- Waarbij NL de landencode van Nederland is, gevolgd door een punt (.)
- Waarbij IMRO altijd volgt, dit is de aanduiding van de namespace waarin het object voorkomt, gevolgd door een punt (.)
- Waarbij Bronhouder (de xxxx in bovenstaand opbouw) de aanduiding van het CBS-nummer van de bronhouder van de dataset is, in uw geval van de gemeente Koggenland, gevolgd door een punt (.).
- Waarbij de Naamcode (de yyyyyyyyyyyyyyyyyy in bovenstaand opbouw)de door de bronhouder te bepalen naam van maximaal 18 alfanumerieke karakters is, gevolgd door een streepje (-). De naamcode is uniek binnen de context van de RO instrumenten van de bronhouder.
- Waarbij Versiecode (de zzzz in bovenstaand opbouw) de door de bronhouder te bepalen versie van het instrument (bestemmingsplan)is in de vorm van vier alfanumerieke karakters. Dit zijn altijd 4 karakters, indien nodig met gebruik van voorloopnullen. De versiecode is uniek voor alle versies die extern gepubliceerd zijn conform de STRI2008. De versiecode wordt altijd opgehoogd indien er sprake is van een nieuw planstadium, bijvoorbeeld van voorontwerp naar vastgesteld, maar ook als er binnen één planstadium meerdere versies extern worden gepubliceerd.
In de naamcode van de identificatie wordt de naam van het plan ingevuld door alfanumerieke karakters, cijfers en letters. De bronhouder beslist of dit alleen cijfers, alleen letters of een combinatie van cijfers en letters is. Er wordt geen gebruik gemaakt van een punt (.) of bijvoorbeeld een liggend streepje(_).
Het gebruik van de versiecode is verplicht. Hoe de versiecode wordt gebruikt en wanneer deze wordt opgehoogd:
- Altijd opgehoogd indien er sprake is van een nieuw planstadium, bijvoorbeeld van voorontwerp naar vastgesteld;
- Ook altijd als er binnen één planstadium meerdere versies extern worden gepubliceerd;
- Maar ook zo vaak de bronhouder dat wil, bijvoorbeeld bij interne versies.
De bronhouder heeft daarmee enige invloed op de versiecode en daarmee de identificatie. Wellicht hebben ze dit ook in een handboek bepaald. De opbouw van zzzz kan op deze wijze verschillend worden gehanteerd door de verschillende bronhouders. Dit is de ruimte die wordt aangegeven met ‘de bronhouder bepaalt’.
Lees hier verder voor de opbouw van identificatiecode van het object Bestemmingsplangebied.
Welke documenten gekoppeld moet worden bij een gebiedsgericht besluit conform de RO Standaarden 2008 is afhankelijk van het besluit. Met behulp van de PRGB2008 zijn namelijk zeven verschillende soorten besluiten samengevat. De PRGB kent het besluitgebied, besluitvlak en besluitsubvlak.
Als voorbeeld het projectbesluit. De bestanden die gekoppeld kunnen worden (conform STRI2008, tabel 2):
- Besluitdocument: d_
- Bijlagen bij besluitdocument: db_
- Besluittekst: b_
- Bijlagen bij besluittekst: bb_
- Regels: r_
- Bijlagen bij regels: rb_
- Toelichting: t_
- Bijlagen bij toelichting: tb_
- Vaststellingsbesluit: vb_
Het besluitdocument wordt gekoppeld aan het besluitgebied (vergelijkbaar met een bestemmingsplan: plangebied). De tekst heeft betrekking op het volledige plan. Niet ieder projectbesluit heeft bijlagen bij het besluitdocument. Het is mogelijk het collegevoorstel te plaatsen in de bijlagen van het besluitdocument.
De besluittekst (beleidstekst) wordt gebruikt voor de onderbouwing van het object. Het kan alleen aan een besluit(sub)vlak worden gekoppeld ofwel de inhoud van het plan (maximaal 1).
Stel er is een aanlegvergunning opgenomen, daarvoor kunnen nog specifieke regels voor opgenomen worden met behulp van r_ in plaats van de besluittekst (maximaal 1).
Een vaststellingsbesluit wordt aan het plan (het besluitgebied) gekoppeld wanneer het plan de status vastgesteld of later heeft.
De toelichting is de onderbouwing van het projectbesluit.
Het besluitdocument is een document waarin het besluit, in voorkomend geval inclusief eventuele toelichting en/of voorschriften/regels, is opgenomen. Het besluitdocument wordt gekoppeld aan het besluitgebied (vergelijkbaar met een bestemmingsplan: plangebied). Uitleg over de te koppelen informatie en documenten is gegeven op de RO Standaarden pagina, onderdeel publicaties, of direct via deze link.
Vanuit de RO Standaarden zijn geen vereisten opgenomen met betrekking tot de naamgeving van de ondergrond. Het is wel aan te raden de ondergrond met een unieke naam te bewaren; o_[idn plan]. Door de idn van het plan op te nemen in de bestandsnaam van ondergrond is de ondergrond altijd traceerbaar. De (bestands)naam van de ondergrond wordt opgenomen bij het plangebied van het betreffende plan.
De RO Standaarden zijn ook in het Engels beschikbaar. Stuur hiervoor een bericht naar de helpdesk RO Standaarden.
De ondergrond van het bestemmingsplan is een uitsnede voor dat plan; het gaat om dat plan en niet om de rest van de gemeente. De gebruikte ondergrond wordt apart als zodanig bij het plan opgeslagen, bij voorkeur met hetzelfde IDN als het bestemmingsplan. Digitaal is dit een los bestand naast het plan, dat wel samen met de rest van de plangegevens gearchiveerd wordt. Zet op de analoge bestemmingsplankaart ook diezelfde IDN van de ondergrond.
Voor meer informatie rondom het archiveren van digitale ruimtelijke plannen, klik hier.
De gemeente kan u vertellen welk bestemmingsplan op welke locatie actueel en dus vigerend is. Ook wanneer u inhoudelijke vragen over het bestemmingsplan heeft, is de gemeente het loket waar u terecht kunt. De heldesk RO Standaarden helpt particulieren niet bij deze vraagstukken.
Een multivlak is een vlak dat is samengesteld uit meerdere vlakken. In de CAD (teken) applicatie is dit te realiseren met behulp van een multipolygoon; meerdere vlakken worden aangemerkt als 1 object met 1 idn. Hoe de multipolygoon kan worden gemaakt verschilt per applicatie.
De beheersverordening is conform de RO Standaarden een gebiedsgericht besluit. Alleen bestemmingsplannen, inpassingsplannen en rijksbestemmingsplannen moeten en kunnen met de SVBP van een standaard opmaak worden voorzien.
De workaround- oplossing houdt in dat de gemeente een plankaart maakt op dezelfde wijze en met dezelfde software als die voor bestemmingsplannen gebruikt worden. In plaats van deze plankaart zelf echter als een gedetailleerd GML-bestand (objectgericht, vergelijkbaar) te publiceren wordt deze als PDF- bestand aan een contour van het plangebied gekoppeld. Zowel juridisch als technisch is dit mogelijk. Het enige gemis is dat de plankaart op ruimtelijkeplannen.nl dan in grijstinten wordt getoond en het ‘gekleurde plaatje’ alleen is te bekijken via de gekoppelde PDF en niet interactief zoals een bestemmingsplan.
Het kan in bijzondere situaties voorkomen dat een bestemming echt niet onder een hoofdgroep is te plaatsen anders dan onder de hoofdgroep Overig. In dat geval mag gebruik gemaakt worden van deze hoofdgroep, mits dit in de toelichting van het bestemmingsplan wordt gemotiveerd.
De naam een bestemming onder de hoofdgroep Overig begint altijd met een hoofdletter en wordt opgenomen zonder naar de naam van de hoofdgroep te verwijzen, als volgt:
<Specificatie van de bestemming>
Voorbeeld : Enclave
Tot 1 oktober 2012 zijn er eisen aan de analoge verbeelding van de bestemmingsplannen. Deze zijn opgenomen in de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2008).
Per 1 oktober 2012 treedt het vernieuwde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking. Vanaf dat moment zijn er geen vereisten meer voor de analoge verbeelding van het bestemmingsplan. Om die reden is de richtlijn voor de analoge bestemmingsplankaart ook in een apart onderdeel van de RO Standaarden 2012 opgenomen: Praktijkrichtlijn Analoge Bestemmingsplan Kaart (PRABPK2012).
Ten behoeve van de eenduidigheid in de naamgeving en digitale verbeelding van gebiedsaanduidingen is er een bindende lijst met hoofdgroepen van gebiedsaanduidingen opgesteld. Als hoofdgroepen van gebiedsaanduidingen zijn aangemerkt en mogen worden gebruikt:
- geluidzone;
- luchtvaartverkeerzone;
- milieuzone;
- reconstructiewetzone;
- veiligheidszone;
- vrijwaringszone;
- wetgevingzone;
- overige zone.
Van iedere specifieke gebiedsaanduiding is door de bronhouder vastgelegd onder welke hoofdgroep deze valt. Gebiedsaanduidingen die door de bronhouder niet te plaatsen zijn onder een van de andere gebiedsaanduidinggroepen vallen onder de hoofdgroep ‘overige zone’.
Voor de naam van een gebiedsaanduiding zijn twee varianten mogelijk:
Variant 1 - naam van de hoofdgroep hanteren
De naam van de gebiedsaanduiding begint met een kleine letter en is verder gelijk aan de naam van de hoofdgroep. De naam van de gebiedsaanduiding wordt als volgt opgenomen:
<<Naam hoofdgroep>>
Voorbeeld: geluidzone
Variant 2 - specificieke gebiedsaanduiding gebruiken
In deze variant wordt de gebiedsaanduiding als volgt opgenomen:
<<hoofdgroep>> [spatie] [-] [spatie] <specificatie van de aanduiding>
Voorbeeld: wetgevingzone - afwijkingsgebied
Het is mogelijk een bestemming zoals Woongebied op te nemen zonder een bouwvlak of andere aanduidingen binnen deze bestemming. Het is wel verstandig in de bijhorende regels dit te verklaren. Indien er meerdere bestemmingen Woongebied in het bestemmingsplan zijn, kan er nog gespecificeerd worden door middel van nummering
- Woongebied 1
- Woongebied 2
De RO Standaarden verplichten niet tot het opnemen van bouwvlakken of andere aanduidingen als deze op die locatie niet van toepassing zijn. Maar als er bijvoorbeeld wel een lpg-zone is, moet deze natuurlijk wel opgenomen worden.
In de Praktijkrichtlijn voor Bestemmingsplannen (PRBP2008) staat het volgende over meerdere functieaanduidingen;
- "Het kan ook voorkomen dat meerdere, verschillende functieaanduidingen binnen één bestemming noodzakelijk zijn omdat de regels (voorheen voorschriften genoemd) dat vereisen. In dat geval komt het object Functieaanduiding meerdere keren voor".
- Bijvoorbeeld: een overlappende functie ‘parkeren onder maaiveld’ en ‘functie evenementen boven maaiveld’.
Het is dan ook mogelijk dat functieaanduidingen zoals geschetste voorbeeld elkaar overlappen, maar elkaar niet volledig dekken. Een functieaanduiding kan samenvallen met een bestemmingsvlak, maar ook gedeelten daarvan omvatten. Een functieaanduiding verwijst (attribuut) naar bestemmingsvlak of gebiedsaanduiding, maar kan niet verwijzen naar een andere functieaanduiding.
Een bouwaanduiding hoeft geen onderdeel te zijn van een bouwvlak. Een bouwaanduiding kan ook relatie hebben met een bestemmingsvlak zonder dat daar een bouwvlak ‘tussen’ ligt.
Dit geldt ook voor een maatvoering en voor een figuur.
Het is mogelijke een beschermd stadsgezicht als een dubbelbestemming op te nemen. Er wordt dan van de hoofdgroep Waarde gebruik gemaakt. Er kan gespecificeerd worden met een functie, bijvoorbeeld Cultuurhistorie. Of de functie Beschermd stadsgezicht:
- Waarde - Cultuurhistorie
- Waarde - Beschermd stadsgezicht
In de functielijst (bijlage van de SVBP2012) is cultuurhistorie als voorbeeld van een functie in de hoofdgroep waarde terug te vinden.
Hoogspanning is ondergronds en hoogspanningsverbinding bovengronds. Beide worden als dubbelbestemming opgenomen in het bestemmingsplan.
Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het mogelijk om bij een bestemmingsplan te bepalen dat voor een in het bestemmingsplan bepaalde termijn het verlenen van een omgevingsvergunning is uitgesloten. Dit kan op het niveau van de bestemming bepaald worden in de regels, maar gekoppeld worden aan een bepaald gebied.
Deze tijdelijke uitsluitingbevoegdheid bestond al in de Wro, artikel 3.22 lid 2 en was in de WRO bekend onder artikel 17. Onder de Wro kon een ontheffing voor een bestemmingsplan worden toegepast maar om een bepaalde reden voor een gebied binnen dat plan niet. Nu met de Wabo betekent dat dat er tijdelijk geen omgevingsvergunning kan worden toegepast.
Er is in de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) geen specifieke aanduiding voor benoemd. Bij het opstellen van de SVBP is men ervan uit gegaan dat een dergelijke bepaling in de regels wordt opgenomen. Het is niet nodig dit via de verbeelding direct te laten zien, maar natuurlijk wel mogelijk als de planmaker/ bronhouder dat wil. Het is mogelijk dit onder de gebiedsaanduiding wro-zone (conform SVBP2012: wetgevingzone) te laten vallen zonder hier een expliciet nieuwe naam aan de gebiedsaanduiding toe te voegen. Zie ook: de Wabo en Wro; wat verandert er?
Bij het bestemmingsplangebied kan maximaal 1 verwijzing naar de ‘bijlage bij toelichting’ opgenomen worden, deze verplichting is te lezen in de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen (PRBP2008). Er mag ook maximaal 1 verwijzing naar ‘bijlage bij regels’ opgenomen worden bij het bestemmingsplangebied.
Dit is gedaan om een lange lijst van individuele verwijzingen te voorkomen. In de praktijk kan de toelichting echter van meerdere bijlagen zijn voorzien. Er zijn twee mogelijkheden om dit op te lossen.
- Alle bijlagen bundelen tot 1 document;
- Maak gebruik van een index of inhoudsopgave in de bijlage, die verwijst naar verschillende documenten. In dit geval kan de bijlage gesplitst worden in zoveel documenten als nodig is. Als maar 1 document met index of inhoudsopgave gekoppeld is aan het bestemmingsplangebied als ‘bijlage bij toelichting’. Bijvoorbeeld: ‘ tb_NL.IMRO.0999.BP2008000001-0005_inhoud.htm’.
De laatste oplossing is ook toegepast in het voorbeeld bestemmingsplan op de Geonovum RO Standaarden website: NL.IMRO.0999.BP2008000001-0005.
Een rooilijn kan door middel van de figuur 'gevellijn' worden opgenomen. De aanduidingregels die men tot nu toe gewend was aan 'rooilijn' toe te voegen, worden nu toegevoegd aan 'gevellijn'. De bronhouder geeft zelf de betekenis van de bestemmingen en aanduidingen in de regels. In de SVBP is de 'gevellijn' in de lijst van het type 'figuur' opgenomen.
Rijksmonumenten worden vaak niet in het bestemmingsplan geregeld, omdat de Monumentenwet daarop van toepassing is. Karakteristieke bebouwing, provinciale monumenten en gemeentelijke monumenten worden vaker in het bestemmingsplan opgenomen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’. Aan deze aanduiding kunnen bouw- en gebruiksregels worden gekoppeld.
Een specifieke functie is een functie die niet voorkomt op de functielijst (bijlage van de SVBP2012). De naam wordt als volgt opgenomen:
[specifieke vorm van] [spatie] <<hoofdgroep >> [spatie] [-] [spatie] <specificatie>
Voorbeeld 1: specifieke vorm van agrarisch – kalvermesterij
Voorbeeld 2: specifieke vorm van maatschappelijk – 1
Voor de <<hoofdgroep>> wordt gekozen uit een van de hoofdgroepen die gehanteerd worden bij bestemmingen en dubbelbestemmingen, behalve de hoofdgroep ‘overig’. Hierbij wordt de hoofdgroep gekozen die hoort bij de specifieke functie, ook al ligt deze in een vlak met een bestemming van een andere hoofdgroep. De gegeven specificatie of het cijfer moet corresponderen met in de planregels genoemde functies.
In het geval dat een specifieke functie niet is toegestaan op een locatie in het bestemmingsplan, wordt deze uitgesloten functie als volgt opgenomen:
[specifieke vorm van] [spatie] <<hoofdgroep>> [spatie] [uitgesloten] [spatie] [-] [spatie] <specificatie>
Voorbeeld: specifieke vorm van recreatie uitgesloten - groepsverblijf
In de SVBP is bij het onderdeel Wijze van meten de volgende definitie voor 'inhoud van een bouwwerk' opgenomen: "tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen". Wat de onderzijde van begane grondvloer is, wordt niet voorgeschreven in de SVBP.
De onderzijde begane grondvloer vindt zijn oorsprong in de NEN2580. Bij onduidelijkheden of interpretatieverschillen is de uitleg van de NEN2580 altijd bepalend geweest. Hierin wordt ook bepaald dat de vloerconstructie onder peil mee wordt gerekend. Wat betreft de precieze informatie hierover dient de nennorm er op nageslagen te worden.
Een maatvoering kan inderdaad horen bij een gebiedsaanduiding. Dit is weergegeven in de PRBP2008, pagina 22 in het relatiediagram.
Enkelbestemmingen worden niet gestapeld maar sluiten op elkaar aan. Er zijn echter wel situaties waarin enkelbestemmingen gestapeld voorkomen, zoals: een viaduct met bestemming verkeer waar onder zich een supermarkt bevind.
Een goede oplossing in dit geval is de weg de bestemming Verkeer te geven en op dat gedeelte van de bestemming waar het viaduct is en de supermarkt er onder is gevestigd een functieaanduiding detailhandel op te nemen. In de bestemmingsregels van Verkeer geeft u nadere uitleg wat detailhandel ‘onder’ verkeer doet.
Daarnaast kan waar 2 gelijkwaardige functies op een zelfde locatie plaats vinden altijd gekozen worden voor de bestemming Gemengd.
Het gebruik van leidingen als dubbelbestemming in combinatie met een figuur is goed. Het is niet verplicht functieaanduidingen te gebruiken en daarmee te letten op de werkafspraak leidingsoorten. Alleen wanneer de bronhouder gebruik zou willen maken van de functieaanduiding voor leiding, dan adviseren wij gebruik te maken van de werkafspraak.
In plaats van gebruik te maken van een functieaanduiding is het voor de vergelijkbaarheid aan te raden gebruik te maken van een bouwaanduiding. Het gaat namelijk meer om het voorkomen van de mast dan de functie van de mast zelf. Gebruik of ‘antennemast’ of ‘specifieke bouwaanduiding- reclamemast’ en beschrijf in de regels de toepassing.
Een hoogtescheidingslijn is conform de SVBP niet mogelijk. Wel is mogelijk deze verschillende bouwhoogten binnen 1 bestemming aan te geven met behulp van maatvoeringen. Doe dit bijvoorbeeld door een binnen de bestemming een bouwvlak op te nemen dat alle mogelijke bebouwing ‘omvat’. Om de bouwhoogte op te nemen wordt de maatvoering maximale bouwhoogte toegepast. Dit kunnen twee vlakken naast elkaar zijn, binnen het bouwvlak, en ook beide gekoppeld aan het bouwvlak. Verschil is dat de ene maatvoering bv 6m de andere 9m als maximale bouwhoogte.
Conform de RO Standaarden is het niet verplicht binnen een bestemming een bouwvlak op te nemen. Geheel naar inzicht en de situatie kan de planmaker en/ of de bronhouder wel/ niet er voor kiezen een bouwvlak aan de bestemming toe te voegen.
Iedere gebiedsaanduiding is uniek en bestaat uit een eigen vlak met eigen informatie daarmee ook uniek identificatienummer. Alleen op deze manier kunnen de objecten geselecteerd worden bij het raadplegen en is dan duidelijk waar het object ligt en de begrenzing van het object loopt.
Er is vanuit met name de Wro, maar ook de RO Standaarden 2008 geen procedure voorgeschreven hoe het digitale plan behandeld moet worden vanaf de status vastgesteld. Per 1 oktober 2012 met de inwerkingtreding van de RO Standaarden 2012 en het vernieuwde Besluit ruimtelijke ordening is dat veranderd. Hieronder zijn de mogelijkheden aangegeven voor een bestemmingsplan conform de RO Standaarden 2008.
Anders dan in de oude WRO is er geen wettelijke verplichting om een plan dat onherroepelijk geworden is, of deels vernietigd in deze vorm ter beschikking te stellen. Strikt genomen volstaat het dus om een vastgesteld plan op de wijze zoals voorgeschreven in de RO Standaarden te beschikbaar te stellen en publiceren.
Echter, het is vanuit oogpunt van dienstverlening en rechtszekerheid voor gebruikers van plannen onbevredigend deze wijzigingen niet (in digitale vorm) kenbaar te maken. Een gebruiker van ruimtelijkeplannen.nl (RO-Online) die afgaat op een daar aanwezig vastgesteld plan heeft er geen weet van dat er mogelijk gerechtelijke uitspraken zijn die op het plan betrekking kunnen hebben en wat daar de inhoud van is. Uiteindelijk is dit een ongewenste situatie.
Bij het publiceren van een plan met een status met onherroepelijk (of andere na ‘vastgesteld’) moet het plan idn zijn aangepast (verhoogd) ten opzichte van het plan met de status vastgesteld. Zowel de GML moet met status zijn aangepast, als alle planbestanden met de nieuwe (versie) bestandsnaam. Alleen noodzakelijke wijzigingen moeten in de bestanden (tekst, het plan) worden doorgevoerd, zoals het deel dat vernietigd is. Dit deel wordt aangepast. Neem in de tekst een verwijzing naar de uitspraak op: het LJN nummer (dit is het nummer waaronder de uitspraak op rechtspraak.nl is opgenomen) en een deeplink (directe hyperlink) naar betreffende uitspraak op www.rechtspraak.nl.
Neem daarnaast in het attribuut ‘VerwijzingNaarExternPlanInfo’ van het plangebied informatie over het besluit op. Vul hierbij in:
- naamExternPlan: titel uitspraak;
- idnExternPlan: LJN nummer (dit is het nummer waaronder de uitspraak op rechtspraak.nl is opgenomen);
- rolExternPlan: ten gevolge van extern plan/besluit.
Door de opname van tekstuele informatie bij 'VerwijzingNaarExternPlan' is op planniveau al zichtbaar (op ruimtelijkeplannen.nl) dat er sprake is van een relevante gerechtelijke uitspraak.
De voorgestelde wijziging het wijzigingsvoorstel voor de RO Standaarden is niet doorgevoerd in de SVBP2012. Dit omdat is besloten het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aan te laten sluiten op de SVBP in plaats van andersom.
In artikel 3.2.4 van het nieuwe Bro wordt "anti-dubbeltelbepaling" vervangen door "anti-dubbeltelregel". De wijziging van het Bro treedt per 1 oktober 2012 inwerking.
De in de Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 1.2.2 bedoelde landelijke voorziening is RO-Online en bekend via de website ruimtelijkeplannen.nl. De bronhouder maakt van deze landelijke voorziening gebruik bij de verplichting tot publicatie, het beschikbaar stellen van de ruimtelijke plannen. Dit is inclusief de verbeelding. Hiervoor de bronhouder zich aangemeld bij de index van deze voorziening en de locatie waarop de plannen, visies en besluiten beschikbaar worden gesteld aan deze voorziening gemeld.
Voorbeeldplannen, met al hun onderdelen, zijn te vinden op de website van Geonovum onder Voorbeeldplannen. Bij de plannen treft u ook voorbeelden van een geleideformulier aan. Het geleideformulier is een xml bestand warvan de naam altijd begint met: g_ gevolgd door het planidentificatienummer (idn).
De stappen om de ruimtelijke plannen voor een ieder beschikbaar te stellen zijn beschreven in het document 'Stappenplan bronhouders RO-Online'.
Om uw plannen bekend te maken aan de index dient u een account aan te vragen voor deze index. Vanaf 1 november 2009 zal elke bronhouder die een account aanvraagt voor RO-Online dit doen volgens een vastgelegd format.
In het vaststellingsbesluit wordt het digitale plan vastgesteld. De naam van het plan kan zeker worden opgenomen, maar de daadwerkelijke identificatie van het plan is het plannummer (planIDN). Het plannummer staat centraal, op basis daarvan kan het plan geïdentificeerd worden. Dit plannummer moet worden opgenomen in het vaststellingsbesluit. De naam van de analoge verbeelding wordt niet in het vaststellingsbesluit opgenomen. Op de plot van het plan neemt u het plannummer wel op. Dit kan naast de naam van het plan.
Veelgestelde vragen over RO-Online vindt u op http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/faq.
Nieuwe plannen die de procedure ingaan na de inwerkingtreding van de digitaliserinsverplichting van de Wro (1/1/2010) moeten conform de RO Standaarden beschikbaar worden gesteld. Het is niet mogelijk dit als ‘Plancontour en PDF’ te doen.
De Praktijkrichtlijn Plancontour&Pdf kan gebruikt worden voor de oude WRO plannen. Ook ruimtelijke plannen, visies en besluiten die tussen 1 juli 2008 en 1 januari 2010 overeenkomstig de huidige Wet ruimtelijke ordeningen (Wro) analoog in procedure zijn geweest kunnen als plancontour met dit plan type beschikbaar worden gesteld.
Het ruimtelijk plan dient beschikbaar te worden gesteld op de in de landelijke index aangegeven locatie. Als er nieuwe plannen beschikbaar zijn gesteld haalt RO-Online deze op. Welke stukken beschikbaar moeten worden gesteld is aangegeven in de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012), hoofdstuk 2. Voor het bestemmingsplan geldt dat inderdaad de onderliggende documenten ook beschikbaar moeten worden gesteld. Dit wordt gedaan als bijlage van de planregels en als bijlage van de plantoelichting. De naamconventie van de bestanden is te lezen in tabel 1 in hoofdstuk 2 van STRI.
De bijlagen worden in het bestemmingsplan gekoppeld aan het bestemmingsplangebied, zie ook de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen (PRBP2012), paragraaf 3.1.
Nee. De statussen ontwerp en vastgesteld zijn de in bestemmingsplanprocedure in de Wro geregeld. De status geconsolideerde versie niet. Het is met de RO Standaarden wel mogelijk deze status aan een bestemmingsplan te geven. Hiermee wordt dan de meest actuele en complete versie van het bestemmingsplan beschikbaar gesteld. In de Praktijkrichtlijn Bestemmingplannen (PBP2012) is hier paragraaf 5.3 aan gewijd.
De verwijzing in kennisgevingen voor beschikbaarstelling dient te verwijzen naar de locatie waar het desbetreffende plan of besluit kan worden gedownload. Hieronder een voorbeeld :
Binnen de genoemde termijn is het ontwerp bestemmingsplan “Durperdam 2009” beschikbaar gesteld op www.durperdam.nl/brondata/BP/NL.IMRO.9999.BP0001-ON01
Het ontwerp bestemmingsplan “Durperdam 2009” is verbeeld op www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/?planidn=NL.IMRO.9999.BP0001-ON01 en op de gemeentelijke website www.durperdam.nl/RO/bestemmingsplan-durperdam2009.html
Tevens kan het ontwerp bestemmingsplan worden ingezien (digitaal en op papier), tijdens openingstijden (dagelijks van 9.00 uur tot 16.00 uur), in het gemeentekantoor, bij de balie “Ruimtelijke ordening”, Durpplein 1 te Durperdam.
Gerechtelijke uitspraken op een plan worden niet verwerkt in het plan, maar als apart gebiedsgericht besluit door de bronhouder van het ruimtelijke instrument, beschikbaar gesteld.
De typeTekst bij een gerechtelijke uitspraak is het besluitdocument. Het besluitdocument wordt gekoppeld aan het object Besluitgebied_X. De gerechtelijke uitspraak is een document waarin het besluit en onderbouwing, motivering met betrekking tot deze uitspraak(dictum) is opgenomen.
Met behulp van het attribuut verwijzingNaarExternPlanInfo kan de relatie met het bijbehorende plan worden gelegd. Bij een gerechtelijk uitspraak worden minimaal 2 verwijzingen opgenomen:
- Verwijzing naar het ruimtelijk plan of besluit waar de uitspraak betrekking op heeft
- Verwijzing naar de uitspraak zelf
Voor meer informatie raadpleeg paragraaf 5.2.1 van de Praktijkrichtlijn Gebiedgerichte Besluiten (PRGB2012) onder het dossier RO Standaarden op deze website.
In de RO Standaarden 2012 is een onderscheid aangebracht tussen de status van het ruimtelijke instrument zelf en de status van het dossier (procedure) waar het plan binnen valt.
Ieder instrument kent een eigen (statische) planstatus. De status van het instrument is vastgelegd in de IMRO GML en het geleideformulier. De status van het dossier is dynamisch: deze volgt de procedure en wordt vastgelegd en door de bronhouder beschikbaar gesteld in het Manifest.
In paragraaf 5.6 en 5.7 van de Praktijkrichtlijn Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (PRTRI2012) is een uitgebreide beschrijvingen opgenomen van de toe te passen planstatussen en de dossierstatussen. Ook staat hier beschreven wanneer een bepaalde status moet worden toegekend.
De bronhouder heeft vanaf 1 oktober 2012 òf een 2008 manifest òf een 2012 manifest. Het 2012 manifest bevat zowel 2008 als 2012 plannen, visies en besluiten. Iedere bronhouder heeft dus één actueel (wettelijke) manifest beschikbaar op een via het internet toegankelijk webadres. Vanaf 1 juli 2013 beschikken alle bronhouders over een 2012 manifest.
Overigens kan er naast het STRI2012 manifest ook nog een STRI2006 manifest beschikbaar worden gesteld door de bronhouder, omwille van het beschikbaar stellen van IMRO2006 en plancontour & pdf plannen.
In een 2012 manifest komen 2008 en 2012 plannen. Dit zijn alle 2008 plannen zoals de bronhouders deze beschikbaar heeft gesteld. Plannen met de planstatus onherroepelijk kunnen ongewijzigd in een 2012 manifest worden opgevoerd. De planinformatie in het 2012 manifest is echter veel beknopter dan in het 2008 manifest.
In het 2012 manifest zijn plannen verdeeld in dossiers. Per dossier is van het betreffende plan alleen id, naam, datum en geleideformulier opgenomen. Voor ieder plan wordt dus verwezen naar het geleideformulier waarin staat waar het volledige plan met alle info (inclusief planstatus) kan worden gevonden.
Het manifest conform de RO Standaarden 2012 is verdeeld in dossiers. Een initieel exploitatieplan wordt opgesteld in het kader van een bestemmingsplan procedure (artikel 3.6, lid 1 Wro). Beide instrumenten doorlopen samen dezelfde procedure. Beide instrumenten worden, ieder met een eigen identificatienummer, opgenomen in hetzelfde dossier.
Bij actualisatie van het exploitatieplan, al dan niet los van het bestemmingsplan, wordt deze wederom conform de dan geldende standaarden (2012) opgesteld. Het exploitatieplan krijgt een nieuw identificatienummer en wordt geplaatst in het manifest in een nieuw dossier.
Wanneer beroep is ingesteld tegen het vastgestelde ruimtelijke instrument (veelal een bestemmingsplan) met het verzoek om een voorlopige voorziening, dan wijzigt de dossierstatus van dit ruimtelijke instrument in het manifest. Dossier status bij een voorlopige voorziening is een van de volgende:
- Deels in werking
- Niet in werking
Wanneer de uitspraak op het beroep bekend is, wordt wederom de dossierstatus aangepast. De gerechtelijke uitspraak wordt ook conform de RO Standaarden 2012 in hetzelfde dossier beschikbaar gesteld. Het aanpassen van de dossierstatus bij een bestemmingsplan is toegelicht in de Praktijkrichtlijn Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (PRTRI2012).
Een uitspraak van de Raad van State wordt beschikbaar gesteld met behulp van een gebiedsgericht besluit (zie PRGB, paragraaf 5.3.1). Dit zelfde geldt voor een tussenuitspraak die gedaan wordt bij toepassing van de Wet bestuurlijke lus Awb. Afhankelijk van de uitspraak is dat mogelijk dat de uitspraak verwerkt moet worden en daardoor een tweede versie vastgesteld van het bestemmingsplan ontstaat.
Wanneer de procedure van het bestemmingsplan volledig is afgerond wordt de dossierstatus aan gepast naar geheel of deels onherroepelijk in werking. Alleen de (laatste) versie van vastgesteld blijft in het dossier staan, en is daardoor beschikbaar en raadpleegbaar via Ruimtelijkeplannen.nl.
Voor meer informatie, raadpleeg de helpdesk RO Standaarden.
Voor het maken van een structuurvisie kunt u gebruik maken van de praktijkrichtlijn voor structuurvisies. Voor zowel gemeentelijke, provinciale als rijk structuurvisies kunt u de praktijkrichtlijnen downloaden van onze website.
Om een digitaal plan conform de praktijkrichtlijn te kunnen maken heeft u inderdaad software nodig. Op onze website staat een overzicht van leveranciers en hun producten. Wij adviseren niet welke software u goed kunt gebruiken, wel wordt getoond welke software er beschikbaar is.
Leveranciers van RO software kunnen een conformiteitstoets bij Geonovum aanvragen. Een onafhankelijke toetsingsorganisatie voert de toets uit.
Certificaten worden uitgegeven per onderdeel onderdeel waarvoor een applicatie functionaliteit aanbiedt: per plantype en per maak- en/of publiceerfunctionaliteit. Geonovum publiceert de certificaten op haar site. Het toetsen is een terugkerend proces: afhankelijk van ontwikkeling van de RO Standaarden en ontwikkeling van de applicatie.
Lees meer over software en certificering.
Op de website van de RO Standaarden vindt u een overzicht van softwareleveranciers op het gebied van ruimtelijke ordening.
De conformiteitstoets controleert of in de software correct gebruik wordt gemaakt van IMRO2008 en STRI2008. De toets is gericht op het correct opbouwen en uitwisselen van de digitale ruimtelijke plannen. De digitale en analoge verbeelding valt buiten de scope van de toets. De wijze waarop data wordt geïmporteerd en weergegeven controleert de toets niet. Wel zijn er afspraken in de RO Standaarden opgenomen voor de verbeelding van digitale bestemmingsplannen; de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). Op onze website kunt u meer lezen over de reikwijdte van de toets.
De bijlagen van SVBP2008 hebben we niet in AutoCAD formaat beschikbaar, alleen in pdf zoals u kunt downloaden vanaf onze website.
De softwareleveranciers hebben in hun CAD omgevingen de implementatie van de SVBP uitgevoerd. Zij leveren dit mee met hun software. Voor meer informatie welke softwareleveranciers RO applicaties, klik hier.
PDF versie 1.5 volstaat. In STRI2008, tabel 4, is aangegeven dat voor het toegestane formaat van pdf versie 1.4 of hoger is. Wanneer het betreft PDF/A-1 dan is dit conform ISO 19005-1:2005.
Deze kan er mogelijk wel komen. Geonovum of het ministerie van IenM zullen deze converter niet gaan maken en/of beschikbaar stellen zoals gedaan is met de IMRO2003-IMRO2006 converter. Dit wordt aan de markt/ softwareleveranciers overgelaten.
Net als bestemmingsplannen moeten ook structuurvisies die na 1 januari 2010 in procedure gaan conform de digitale vereisten van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening beschikbaar worden gesteld. Dit betekent oa een GML (de visie zelf), de teksten, geleideformulier ed. op de weblocatie van de bronhouder (gemeente, provincie of Rijk) zetten begeleid door een manifest.
In de kennisgeving van de structuurvisie verwijst de bronhouder naar de structuurvisie door middel van het planidentificatienummer en waar het plan digitaal is in te zien. Dit is aangegeven in de PRgSV en de STRI. Uitleg over de te koppelen informatie en documenten is gegeven op de RO Standaarden pagina, onderdeel publicaties, of direct via deze link.
Oude WRO structuurvisies kunnen met de RO Standaarden alsnog digitaal beschikbaar worden gesteld met de RO Standaarden. De Validator geeft bij controle wel een waarschuwing dat de vaststellingsdatum van de visie voor 1 juli 2008- de inwerkingtredingdatum van de Wro- is. Het plan wordt wel op www.ruitmelijkeplannen.nl geplaatst. De analoge versie blijft de authentieke structuurvisie.
Het is niet mogelijk hiervoor de PRPCP te gebruiken omdat deze praktijkrichtlijn alleen voor WRO bestemmingsplannen kan worden toegepast.
U vindt de Validator via:
Wanneer in een bestemmingsplan bij maatschappelijk de regels in artikel 3 staan, maar de verwijzing is gegeven naar artikel 10 is dit een controle die de Validator niet uitvoert.
Het primaire doel van de Validator is het waarborgen van de daadwerkelijke uitwisselbaarheid van plannen tussen bronhouders en afnemers. Dit betekent dat vooral op technische aspecten wordt getoetst die direct of indirect uit de RO Standaarden zijn af te leiden. Dit is natuurlijk heel belangrijk, maar niet genoeg om 'goede' (digitale) RO te bedrijven. Er blijven altijd inhoudelijke controles door inhoudelijk deskundigen nodig en bovendien valt niet alles geautomatiseerd te controleren.
De Validator controleert of de velden zijn ingevuld (conform de RO Standaarden), maar controleert niet de inhoud van het veld. Ook niet in combinatie met de regels. Het verdient zeker de aanbeveling alle vlakken en verwijzingen te controleren. Wellicht kun u uw eigen RO-software ook gebruik voor dit soort controles.
Wat betreft de mogelijke juridische consequenties: er is nog geen jurisprudentie, dus er valt niet met zekerheid te zeggen hoe de rechter zal oordelen over dit soort fouten. Een klagende belanghebbende zou kunnen betogen dat belangen zijn geschaad door deze fout, maar uiteindelijk zal de rechter ook uitgaan van proportionaliteit, relevantie etc. Wel zal de bewijslast dan bij de gemeente liggen om aan te tonen dat dit geen bewuste fout is. Overigens is enige relativering op zijn plek: dit soort situaties zijn in de digitale praktijk niet wezenlijk anders dan in de huidige papieren praktijk: ook hier komen fouten en foutjes voor die niet direct ernstige gevolgen hoeven te hebben.
Wanneer de Validator de volgende melding geeft:
Fout Foutcode AD5A: imro:verwijzingNaarTekst (huidige waarde "r_NL.IMRO. NL.IMRO.0999.BP2008000001-0005_2.8.html") is een bestandsnaam die niet voldoet aan de bestandsnaamconventies van IMRO2008 en STRI2008. De planId (NL.IMRO.0999.BP20081000001-0005) volgt niet onmiddellijk na de prefix. Binnen het element NL.IMRO.00999.DP1150814553-00.
Het volgende is er aan de hand:
Kijk in de GML, het betreft element NL.IMRO. 00999.DP1150814553-00 (een dubbelbestemming) met de naam .. De bestemmingsregels zijn gekoppeld aan deze dubbelbestemming: r_NL.IMRO. NL.IMRO.0999.BP2008000001-0005_2.8.html.
Blijkbaar voldoet de naam niet aan de bestandsnaamconventie; het komt namelijk niet overeen met de idn van het plan: NL.IMRO.0999.BP20081000001-0005. Zet de 2 idn’s onder elkaar dan is zichtbaar waar het probleem zit:
- NL.IMRO.0999.BP2008000001-0005_2.8.html
- NL.IMRO.0999.BP20081000001-0005
In de bestandsnaam van de regels ontbreekt de 1.
Wilt u weten wat andere fouten betekenen, raadpleeg dan de werkinstructie. Krijgt u foutmeldingen van ruimtelijkeplannen.nl, mogelijk is uw vraag al eerder gesteld of neem contact op met de helpdesk RO-Online: ro-online@kadaster.nl.
De Validator controleert niet of een plan 100% is gevuld met (enkel)bestemmingen. Het dekkend zijn van het plangebied wordt inderdaad aangegeven in de PRBP, maar is niet als geometrische controle in de validatieregels van de Validator opgenomen.
De Ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 is in juli 2012 gepubliceerd en treedt per 1 oktober 2012 in werking.
De Ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 is tot 1 oktober 2012 de geldende regeling. Hier vindt u een overzicht van de publicaties:
- Ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 (publicatie 30-10-2008)
- Wijziging van de regeling: RO Standaarden 2008, versie 1.1 van de standaarden (publicatie 17-06-2009)
- Wijziging van de regeling: inwerkingtredingsdatum 1 januari 2010 (publicatie 02-11-2009)
- Wijziging van de regeling: Wro instrumenten naar Wabo en link omgevingsvergunning met RO Standaarden 2008 (publicatie 09-09-2010)
- Wijziging van de regeling: nieuwe versie van de SVBP2008 ivm de Wabo (publicatie 07-03-2011)
Het overgangsrecht Wro bepaalt dat een plan dat ouder is dan 5 jaar bij de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 binnen 5 jaar moet worden herzien. Dit is voor 1 juli 2013.
De Regeling standaarden ruimtelijke ordening (digitale verplichting) van de Wro is per 1 januari 2010 inwerking getreden. De inwerkingtreding van de digitalisering verplichting per 1 januari 2010 heeft geen invloed op het overgangsrecht en de hieraan gekoppelde termijn van 5 jaar. Van eventueel uitstel actualisering tot 2015 is dan ook geen sprake.
Door de inwerkingtreding van de Wabo per 1 oktober 2010 zijn er direct twee gevolgen voor de Wro en het werkveld van de ruimtelijke ordening, met name op het gebied van de digitalisering.
- De aanlegvergunning, de sloopvergunning en de binnenplanse ontheffing als instrumenten van het bestemmingsplan zijn onderdeel van de omgevingsvergunning.
- De Wro instrumenten projectbesluit en ontheffingen zijn opgenomen als onderdeel van de omgevingsvergunning en niet meer als een zelfstandig Wro instrument.
Op onze website vindt nadere informatie hierover.
De RO Standaarden 2008, versie 1.1 zijn de nu geldende standaarden. Dit verandert in de loop van 2012. Vanaf 1 oktober 2012 mag u de nieuwe RO Standaarden 2012 toepassen. Vanaf 1 juli 2013 bent u verplicht deze RO Standaarden 2012 toe te passen. Bronhouders kiezen in deze periode welke RO Standaarden toe te passen bij het in procedure brengen of houden van ruimtelijke besluiten.
Het overschakelen van RO Standaarden 2008 naar RO Standaarden 2012 tijdens de planprocedure in de periode 1 oktober 2012 tot 1 juli 2013 is eveneens toegestaan. Het louter overschakelen van de RO Standaarden 2008 naar de RO Standaarden 2012 geldt niet als een gewijzigde vaststelling.
Vanaf 1 juli 2013 beschikken alle bronhouders over een 2012 manifest.
Bovenstaande is bepaald in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. In de regeling, artikel 4, is aangegeven wanneer de regeling in werking treedt. In de toelichting van de regeling, onder punt 4, zijn bovengenoemde bepalingen over het overgangstermijn opgenomen.
De Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 geeft aan dat ook voor artikel 6.14, tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht de RO Standaarden moet worden toegepast. Het betreft De mededeling van een met artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3 van de Wabo verleende omgevingsvergunning die met behulp van de RO Standaarden 2012 beschikbaar moet worden gesteld. Een volledige toelichting is gegeven in de RO Standaarden wiki en in de Praktijkrichtlijn Gebiedsgerichte Besluiten (PRGB2012), paragraaf 5.2.
In de periode 1 oktober 2012 – 1 juli 2013 wordt dus door de bronhouder gekozen een omgevingsvergunning om af te wijken van een bestemmingsplan conform de RO Standaarden 2008 of de RO Standaarden 2012 beschikbaar te stellen. Vanaf 1 juli 2013 stelt de bronhouder deze vorm van de omgevingsvergunning beschikbaar conform de RO Standaarden 2012.
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft rijksregels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland. Een aantal van deze regels is direct van invloed bij het maken van (nieuwe) bestemmingsplannen. Zo zijn functies aangegeven die in het bestemmingsplan als bestemming of aanduiding moeten worden opgenomen.
Artikel 2.3.3. lid 1 Barro: Een bestemmingsplan geeft de bestemming “waterkering” aan gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben.
Artikel 2.11.2. lid 1 Barro: Een bestemmingsplan bevat de bestemming «waterkering» voor gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben.
Deze bestemming ‘Waterkering’ kan zowel conform Barro als de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) op twee manieren worden opgenomen:
1. Als enkelbestemming ‘Waterkering’ en valt dan onder de hoofdgroep ‘Overig’;
2. Als dubbelbestemming onder de hoofdgroep ‘Waterstaat’.
De ministeriële regeling ruimtelijke documenten op papier is opgesteld voor de nieuwe Wro, om de periode tussen analoge ruimtelijke plannen en digitale plannen tussen 1 juli 2008 en 1 januari 2010 te overbruggen. Op basis van het artikel 8.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is deze regeling per 1 januari 2010 komen te vervallen. Vanaf dat moment golden ook de bij ministeriële regeling gestelde regels over de standaarden voor de geometrische plaatsbepaling en daarmee is aan de voorwaarden voldaan voor het vervallen van artikel 8.2.1.
