Op 30 oktober namen we samen met experts en ervaringsdeskundigen een duik in geo in de cloud.
De digitalisering van geo-informatie evolueert richting van cloud-native technologieën. Deze ontwikkeling biedt grote kansen: schaalbaarheid, flexibiliteit, snelle innovatie en toegankelijkheid van data en diensten. Maar er zijn ook vragen: over cloud-native standaarden, vendor lock-in, privacy, openbaar bestuur, cloudbeleid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Verschillende sprekers deelden hun visie en ervaringen.
Jeremy Tandy (UK Met Office) benadrukte het belang van object-based opslag. In plaats van volledige bestanden opslaan op een vaste server (zoals bij file-based opslag), werkt object-based opslag met losse, schaalbare objecten. Door hiervoor dezelfde open standaarden en afspraken te hanteren, sluiten geodata en systemen beter op elkaar aan. Organisaties kunnen dan gegevens eenvoudig combineren, opnieuw gebruiken en uitwisselen.
Serkan Girgin (Universiteit Twente) wees op de noodzaak om te stoppen met het downloaden van grote datavolumes voor lokale verwerking. Cloud-native benaderingen verdienen volgens hem de toekomst, maar vragen om durf, ondersteuning bij het loskomen van legacy-formaten en meer aandacht in opleidingen. Studenten en professionals moeten leren wanneer welke cloud-native oplossing passend is, niet alleen hoe je deze gebruikt.
Sjoerd Braaksma (Mimir Consultancy) ging in op het toepassen van AI en machine learning op ongestructureerde geodata. Hiervoor is volgens hem een cloud-cluster essentieel, gezien de benodigde rekenkracht. Verder pleitte hij voor het gebruik van Discrete Global Grid Systems (DGGS), waarbij de wereld wordt opgedeeld in vaste cellen in plaats van coördinaten. Dit maakt data eenvoudiger deelbaar en complexe analyses beter opschaalbaar.
Als afsluiting van de workshop hadden deelnemers nog wat voorbereid: een omgeving waarin je gemakkelijk Python-code kunt schrijven (Python lab). Aan de hand van data uit het Acueel Hoogtebestand Nederland (AHN) werd Nederland eerst in kleine kaartvakken verdeeld (tiles). Elk vak werd vervolgens nog verder opgeknipt in kleinere stukjes (subtiles). Daarna werd deze informatie gekoppeld aan gegevens uit de BGT. Tijdens de demonstratie werd getoond wat het verschil is tussen alles achter elkaar verwerken op één computer, of het werk verdelen over heel veel computers tegelijk (distributed computing). Dat laatste ging natuurlijk veel sneller. Uiteindelijk leverde dit een 3D beeld op van een puntenwolk.
In 2026 wil Geonovum een Testbed organiseren voor Cloud native geospatial. Dit onderwerp komt dus zeker terug!