Geo-data en BIM-data geven - elk vanuit hun eigen aandachtsgebied - gebouwen, infrastructuur en hun omgeving weer. Door die data slim te combineren, ontstaat meer inzicht in de wisselwerking tussen een bouwwerk en de omgeving. Dat helpt bij ontwerp, beheer en besluitvorming.
Zo’n koppeling is niet vanzelfsprekend. BIM werkt vaak met een lokaal coördinatenstelsel, terwijl geo-software werkt met coördinaten die rekening houden met de kromming van de aardbol. Een weg of brug in BIM wordt daarom niet vanzelf op de juiste plek en manier weergegeven in een omgevingskaart. Door BIM-modellen te georefereren, kun je Geo- en BIM-data wel samen zichtbaar, analyseerbaar en bruikbaar maken. De praktijkrichtlijn GeoBIM georefereren helpt Geo- en BIM-modelleurs in infra en utiliteitsbouw hiermee op weg. Voordat deze richtlijn wordt vastgesteld, legt DigiGO de richtlijn voor ter consultatie. Tot 21 september kan je jouw feedback op deze richtlijn geven.