Sensordata komen vanuit verschillende meetapparatuur, van verschillende leveranciers en in uiteenlopende formats. Dat maakt hergebruik lastig. Terwijl sensordata wel meerwaarde bieden in vraagstukken die je in digital twins verkent en in smart city toepassingen. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken/VRO organiseerde Geonovum in dit testbed hoe sensordata op een gestandaardiseerde manier beschikbaar kunnen komen.
Centraal stond de vraag of de standaard OGC SensorThings API kan helpen om sensordata uit verschillende bronnen eenvoudig te koppelen aan digitale tweelingen. Binnen het testbed werkten de deelnemers aan twee onderdelen: het opzetten van een SensorThings API-server en het aansluiten van verschillende sensoren op die server. Zo werd getest of de standaard niet alleen technisch werkt, maar ook bruikbaar is voor sensoren van uiteenlopende fabrikanten, toepassingen en ecosystemen.
Deelnemers aan het testbed
Aan het testbed deden vijf partijen mee: Fraunhofer, Collaborall, Clappform, Geo Insights en TU Delft. Fraunhofer en Collaborall richtten zich op de serverkant. Fraunhofer gebruikte hiervoor FROST-Server, een veelgebruikte open-source implementatie van SensorThings API. Collaborall bouwde een eigen serverimplementatie met een portal voor beheer en datatoegang.
Clappform, Geo Insights, TU Delft en Collaborall koppelden verschillende sensoren en databronnen aan de servers. Dat varieerde van vulgraadsensoren in afvalcontainers en sensoren voor temperatuur en luchtvochtigheid tot meetgegevens over luchtkwaliteit, grondwater, binnenklimaat, weerstations en seismometers. TU Delft sloot de meest uiteenlopende verzameling aan: 31 apparaten van vier fabrikanten, verspreid over Nederland, Italië en Roemenië.
Wat levert het op?
De belangrijkste uitkomst: de SensorThings API maakt het relatief eenvoudig om sensordata uit verschillende toepassingen en systemen te ontsluiten. Deelnemers konden zonder grote technische obstakels koppelingen bouwen. Tegelijkertijd laat het testbed zien dat een technische standaard alleen niet genoeg is. Systemen kunnen dezelfde standaard gebruiken en elkaar toch niet goed begrijpen, bijvoorbeeld wanneer meeteenheden of definities verschillend worden ingevuld. Voor landelijke toepassing zijn daarom aanvullende afspraken nodig over de betekenis van sensordata, per domein of toepassingsgebied. Ook het organiseren van toestemming
Aanbevelingen
Uit de verkenning komt naar voren dat een open standaard veel kan betekenen voor herbruikbare, interoperabele sensordata in digitale tweelingen.
OGC SensorThings API 2.0 biedt goede mogelijkheden voor organisaties die met sensordata en digitale tweelingen willen gaan werken. In versie 2.0 van deze standaard zijn enkele praktische knelpunten opgelost ten opzichte van de vorige versie, zoals het beter koppelen van meetgegevens aan het object dat wordt gemeten en het duidelijker vastleggen van het type meetresultaat.
Naast een open standaard voor herbruikbare sensordata voor digital twins, is het advies om landelijke of sectorale afspraken te maken over definities, meeteenheden en datakwaliteit. Zo voorkom je dat partijen technisch dezelfde taal spreken, maar inhoudelijk iets anders bedoelen. Daarnaast is er aandacht nodig voor afspraken over datatoegang, toestemming en beheer.
Meer weten?
De resultaten en aanbevelingen van dit Testbed zijn gedocumenteerd in een eindrapportage.
Zelf ervaren hoe OGC SensorThings API werkt? In december organiseert Geonovum een workshop over SensorThings API.