In een informatiemodel leg je de werkelijkheid vast in een digitaal model. Daarbij gebruik je een modelleertaal: een kunstmatige taal, waarin je termen en definities van begrippen vastlegt, objecten en hun eigenschappen en de relaties tussen objecten. Nu bestaan er verschillende modelleertalen. En ook binnen een modelleertaal kunnen verschillende technieken bestaan die tot interpretatieverschillen kunnen leiden. Hoe meer data je in samenhang wilt gebruiken, hoe groter het belang om dit soort interpretatieverschillen te voorkomen. Daarom hebben KING, Kadaster en Geonovum een metamodel ontwikkeld voor informatiemodellering. Dit metamodel beschrijft de verzameling van modelelementen die gebruikt mogen worden om een informatiemodel mee op te stellen.

Afstemming tussen KING-Referentiemodel Stelsel Gemeentelijke Basisgegevens en de NEN3610 informatiemodellen vormt de basis voor het vastleggen van het metamodel. Al in 2010 werd in het adviesrapport ‘Rapportage harmonisatie StUF en NEN 3610’ de aanbeveling gedaan om één modelleertaal: Unified Modeling Language (UML) te gebruiken voor informatiemodellen. Afspreken dat we UML als modelleertaal gebruiken is echter niet voldoende. UML ondersteunt verschillende diagramtechnieken, en heeft een breed arsenaal aan ondersteunende gereedschappen. Het metamodel beperkt de keuzemogelijkheden en zorgt er zo voor dat we informatiemodellen eenduidig kunnen interpreteren.

Het metamodel is te downloaden in de Wegwijzer Standaarden op deze website. Meer informatie over het model vindt u in het onderwerp Informatiemodellen