Digitalisering openbare ruimte

Thema Digitalisering Openbare Ruimte

Burgers, bedrijven en overheden plaatsen meet- en registratie apparatuur in de openbare ruimte om hun omgeving te monitoren. In diverse projecten verkennen wij het gebruik en de potentie van sensordata voor de overheid. Wij kijken daarbij naar technische vraagstukken, zoals hoe je grote hoeveelheden sensordata kunt verwerken, maar stellen ook vragen richting beleid, governance en privacy. Hieronder vind je de verzameling van resultaten en producten over dit onderwerp.

Digitalisering openbare ruimte

Waar staan sensoren en wat meten ze?

In 2016 deed het Platform Making Sense voor Society een verkenning naar Sensoren in de openbare ruimte. Centraal stond de vraag: wat betekent de komst van sensoren eigenlijk? Gedurende de verkenning kwam al een idee naar voren om een informatieportaal te maken waarin de sensor als object te vinden is. Het Kadaster heeft dit signaal omgezet in een apart vervolgtraject op deze verkenning. Hier is vanuit het Platform aan meegewerkt.

Autonome voertuigen en geo-informatie

De Nederlandse overheid wil de ontwikkeling van autonome voertuigen stimuleren. In een rapport voor het ministerie van Infrastructuur en Milieu, hebben wij een eerste beeld geschetst van de relatie tussen de nationale geo-informatie infrastructuur en databehoefte ter ondersteuning van de overgang naar autonoom vervoer. Om hun weg te vinden, zijn autonome voertuigen rijk uitgerust met omgevingssensoren als radar, laser (LiDAR) en camera's. Om hun bestemming te bereiken, gebruiken ze positioneringstechnieken als GPS en wegenkaarten. Wat heeft een autonoom voertuig aan geo-informatie die in de geo-informatie infrastructuur beschikbaar is? En omgekeerd: hoe kunnen gegevens verzameld door autonome voertuigen die infrastructuur verbeteren?

Spelregels

Burgers, bedrijven en overheden plaatsen meetapparatuur om hun omgeving op uiteenlopende manieren te monitoren. Zo'n sensor is een onvermoeibare voelspriet. Hij snuffelt, fotografeert, neemt monsters en noteert. Die eigenschap kan – als je er niet alert op bent – onbedoeld leiden tot een buurtwacht die nooit slaapt, alles vastlegt en deelt met wie er maar interesse in heeft. In opdracht van Geonovum maakte Ardy Siegert een artikel met aandachtspunten die je helpen voorkomen dat een sensornetwerk ontaardt in een bemoeizuchtige buurtwacht.

Handreiking Spelregels data ingewonnen in de openbare ruimte

Sensoren bieden de mogelijkheid om van alles over je omgeving te weten te komen. Dit brengt privacy vraagstukken met zich mee. Kan je zomaar alles meten? En van wie zijn de ingewonnen data? De openbare ruimte is immers ‘van ons’. Sensoren hebben daarnaast vaak iets van publieke infrastructuur nodig om hun werk te kunnen doen - wegen, lantaarnpalen, buitenmuren van openbare gebouwen, kabels, leidingen, et cetera - en ook die zijn ‘van ons’.

Zowel Eindhoven als Amsterdam hebben inmiddels Internet of Things principes vastgelegd die voor elke leverancier van de stad van kracht zijn. Hierin is vastgelegd dat data ingewonnen in de openbare ruimte van iedereen zijn. Dat druist vaak in tegen businessdoelen van bedrijven. Daar komt bij dat bij het inwinnen van die data ook een baaierd aan publieke belangen worden geraakt. Zoals het belang van burgers op bescherming van privacy en te kunnen weten wat er in de publieke ruimte gemeten wordt, ook als het om niet-persoonsgegevens gaat.

Naar aanleiding van deze ontwikkeling, hebben we een ‘Handreiking Spelregels Data Ingewonnen in de Openbare Ruimte’ uitgebracht. Die handreiking richt zich op professionals binnen de overheid, gemeenten in het bijzonder, die betrokken zijn bij het maken van beleid of de uitvoering daarvan rond data die ingewonnen worden in de openbare ruimte. Het biedt een palet aan hulpmiddelen waarmee overheden de spelregels kunnen bepalen die in acht moeten worden genomen bij het inwinnen (door derden of door overheden zelf) van data in de openbare ruimte. Denk aan modellen van dataparagrafen voor in de inkoopvoorwaarden en de subsidieverordening, een checklist voor het behartigen van de databelangen bij het aangaan van samenwerkingsverbanden, factsheets, et cetera.

Medegebruik van de lichtmast

In samenwerking met de het netwerk Smart Lighting van de stichting Openbare Verlichting Nederland (OVL NL) is met ondersteuning van het Platform Making Sense for Society het rapport ‘Medegebruik van de Lichtmast’ opgesteld. Hierin komen alle facetten aan de orde waar een manager voor de openbare verlichting mee te maken krijgt als de lichtmast voor andere zaken gebruikt wordt dan verlichting.

Platform Making Sense for Society

Van 2014 tot en met 2017 heeft Geonovum in het Platform Making Sense for Society, een Living Lab voor the Internet of Everything, kennis opgedaan over het inwinnen, opslaan, beschikbaar stellen en verwerken van sensordata. Wij keken daarbij ook naar aanpalende vraagstukken zoals hoe om te gaan met sensormetingen in de openbare ruimte en privacy.

Het platform heeft actief meegewerkt aan het Smart emissions project in Nijmegen (zie Sensorstandaarden en architectuur) om praktische ervaring op te doen met verschillende standaarden voor het uitwisselen van sensordata. Samen met de stad Eindhoven is gewerkt aan het onderwerp privacy en ethiek rond sensormetingen in de openbare ruimte. Tijdens verschillende open werk- en inspiratie bijeenkomsten in het land hebben wij kennis uitgewisseld met het werkveld. In het Platform werkten wij samen met gemeente Eindhoven, gemeente Den Haag, gemeente Nijmegen,  gemeente Zwolle, Kadaster, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Ministerie van Economische Zaken, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Rijkswaterstaat en TNO.

Bijeenkomsten platform making sense for society

Verkenning sensor standaarden en architectuur

Veel gegevens over de leefomgeving zijn dynamisch; denk aan geluid, emissies, (grond)water, straling en meteo-gegevens. Al deze gegevens gaan over een situatie op een locatie. Sensoren vangen deze informatie op waarna ze verder gebruikt kunnen worden. Over hoe je dit soort sensordata uitwisselt, zijn er verschillende internationale en nationale standaarden opgesteld. We lichten er hier een paar uit:

  • De OGC standaard SensorThings API is een standaard die bedoeld is voor Internet of Things applicaties. Het is een lichtgewicht, eenvoudige interface specificatie, gebaseerd op REST en JSON, waarmee applicatieontwikkelaars via het web kunnen communiceren met apparaten die verbonden zijn aan het internet, zoals sensoren.
  • OpenGIS® Observations and Measurements (O&M) is een standaard voor het beschrijven van observaties en metingen. Deze observaties en metingen zijn weer gekoppeld aan een locatie. Met O&M is het mogelijk om observaties en metingen in een internationaal model te modelleren en uit te wisselen. INSPIRE maakt hier gebruik van voor een aantal thema’s en ook IM Metingen voor de domeinen Bodem en Water is op O&M gebaseerd.
  • The OpenGIS® Sensor Planning Service Interface Standard (SPS) biedt interfaces waarmee je informatie kunt opvragen over wat een sensor doet.
  • The Sensor Observation Service (SOS) kan je toepassen waar sensor data - in al haar rijkdom - interoperabel moet zijn. Het RIVM heeft deze standaard toegepast om het Landelijk meetnet luchtkwaliteit te ontsluiten. De SOS biedt een webserver interface waarmee je zowel metingen, sensor metadata als weergaves van waargenomen features kunt bevragen. Ook biedt de standaard middelen om nieuwe sensoren te registreren en bestaande te verwijderen. Tot slot beschrijft de standaard hoe je nieuwe sensor waarnemingen kunt toevoegen. Deze functionaliteit is uitgewerkt voor KVP en SOAP. 

Impact sensordata op de SDI

Kenmerkend voor sensor data zijn de grote hoeveelheden data; de hoge updatefrequentie, analysesnelheid en vereiste snelle beschikbaarstelling en de grote diversiteit van de data: gestructureerd en ongestructureerd. Onze geo-informatie infrastructuur is onvoldoende ingericht op deze dynamische data. Conventionele instrumenten voor de verwerking van deze grote hoeveelheden data, oftewel ‘big data’, zijn niet toereikend. Maar de noodzaak hiervoor groeit. Bijvoorbeeld omdat de INSPIRE-richtlijn op termijn vereist dat gegevens uit de landelijke publieke meetnetten toegankelijk worden gemaakt. Dat vergt dus aanpassing van onze infrastructuur. Een gemeenschappelijk referentiekader voor dynamische omgevingsinformatie, van de inwinning en datapreparatie tot en met ontsluiting en toepassing, helpt ons daarbij. 

In 2017 heeft Geonovum een verkenning gedaan naar de impact van de komst van sensoren op de SDI. Aan de hand van 21 plenaire sessies en vele 1-op-1 gesprekken met specialisten zijn bevindingen getoetst en nieuwe inzichten opgehaald. Uit deze verkenning komen de volgende aandachtspunten naar voren:

  • Ontbreken van standaardisatie voor herkenbaarheid van een sensor
  • Ontbreken van gestandaardiseerde data-uitwisseling
  • Onbekende betrouwbaarheid van data uit sensoren
  • Informatiemodellen zijn niet geharmoniseerd waar het sensoren betreft

Zie het rapport ‘Sensoren en Semantiek in de Nederlandse Spatial Data Infrastructure’

Praktijkervaring: Smart emissions

Om ervaring op te doen met het daadwerkelijk uitwisselen en ontsluiten van sensordata, heeft Geonovum meegedraaid in het Smart Emissions project in Nijmegen. Eén van de standaarden waarmee in dit project is geëxperimenteerd is de OGC Standaard SensorThings API. Ook is gekeken naar aansluiting met het Fi-Ware platform. De data en werkwijzen zijn gedocumenteerd en vrij toegankelijk. In dezelfde verkenning is meegewerkt aan het implementeren van een SOS service. Van deze standaard maakt ook RIVM gebruik om data van het landelijk meetnet luchtkwaliteit uit te wisselen.

Locatie als marketinginstrument

Locatie is een interessant gegeven waar sociale media en platforms dankbaar gebruik van maken in hun dienstverlening. Welke informatie wordt er eigenlijk verzameld? En wie kunnen daar allemaal gebruik van maken? Voor welke doeleinden? Zijn er punten waar activiteiten van de verschillende platforms de publieke sector raken? Op zoek naar antwoorden op deze vragen voerde Deniz Kiliç (TU Delft) onder begeleiding van Bastiaan van Loenen (TU Delft/Geonovum) de Verkenning: locatiegegevens en sociale platforms uit (2017).

In een vervolgonderzoek duiken we dieper in het gebruik van locatiedata. Gewapend met een smartphone proberen we scherper zicht te krijgen op hóe locatiegegevens worden verzameld, door welke partijen zij worden verzameld en wat er uiteindelijk met deze locatiegegevens wordt gedaan. Denk hierbij aan advertentiedoeleinden, crowd management of verkeersmanagement.

Privacy en ethiek

Op 1 november 2016 organiseerde het Platform Making Sense for Society samen met het Dutch Institute for Technology, Safety and Security (DITSS) een bijeenkomst over data-ownership en ethiek in Eindhoven. Om onze steden zuiniger om te laten springen met energie, om verkeersopstoppingen te voorkomen of om criminaliteit te bestrijden, maken overheidsdiensten en bedrijven gebruik van moderne technologie. Big data, sensoren, rekenmodellen en algoritmes zijn de olie van de moderne bedrijfsvoering. De mogelijkheden met die olie zijn groot. Zo groot dat medewerkers bij overheid en bedrijven zich met enige regelmaat afvragen of iets wat kan eigenlijk wel mag. Van deze bijeenkomst is een uitgebreid verslag gemaakt.

Hergebruik persoonsgegevens

Het koppelen van data uit verschillende bronnen door middel van locatie-informatie schept ongekende mogelijkheden, maar steeds vaker wordt daarbij ook het privacydomein aangeraakt. Ook met geo-informatie. Een dialoog is nodig om de twee werelden bij elkaar te brengen. In 2014 hebben we een witboek 'Privacy op zijn plaats' geschreven om een dialoog op gang te brengen.

Als vervolg op het schrijven van het Witboek, hebben we een online tool ontwikkeld die (geo)informatiespecialisten en hun collega’s helpt bij het toetsen of hergebruik van die gegevens is toegestaan. Het is niet altijd helder of je persoonsgegevens die voor een bepaald doel zijn ingewonnen, mag hergebruiken of koppelen voor een ander doel. Wie verschillende datasets aan elkaar wil koppelen die toevallig beiden betrekking hebben op dezelfde plek (straat, wijk, buurt, stad), kan hier al tegenaan lopen.

In de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) bestaat voor nieuw gebruik van bestaandepersoonsgegevens een specifieke regeling: Artikel 9 Wbp. Dit artikel stelt dat nieuw gebruik mag, zolang het maar verenigbaar is met het oorspronkelijke doel waarvoor de data zijn ingewonnen. Dat is te toetsen aan de hand van een aantal criteria. In de privacytool zijn die criteria omgezet naar een concrete vragenlijst die je online kunt doorlopen. Aan de hand van de antwoorden op de vragen, geeft de tool aan in hoeverre hergebruik van de betreffende data is toegestaan. Met de uitkomst kan je naar de beleidsverantwoordelijke dan wel naar een Wbp-expert om de uitkomsten te bespreken en - zo nodig- maatwerkoplossingen te vinden. De tool is te gebruiken op http://privacy.locatielab.nl. Het beheer van de tool is in 2017 overgedragen aan de Vereniging van Informatie- en Automatiseringsprofessionals in Nederlandse Gemeenten (VIAG).

Privacy en geo-informatie een onmogelijke combinatie?

Onder het motto: ‘Privacy en geo-informatie een onmogelijke combinatie!?’ organiseerden de TU Delft en Geonovum in 2010 een workshop. Het elektronisch patientendossier, de opslag van vingerafdrukken in een centrale database en signaleringen op basis van etnische achtergrond in de jeugdzorg, zette verschillende mensen aan het denken over digitalisering versus privacy. Is privacy iets waar we ook in het geo-domein meer rekening mee moeten houden? Tijdens de workshop in Den Haag gaf een gemêleerd gezelschap van beleidsmedewerkers, bedrijfsleven en onderzoekers antwoord op deze vraag.  In het sfeerverslag vind je de besproken dilemma's.