Voorbeeld van vragenlijst consultatie UOI-code

Welkom bij de eerste consultatie van de UOI-code (UOI = Unieke Object Identificator).

Geonovum is in opdracht van het ministerie van BZK is in samenwerking met Fibree en het Kadaster in het najaar van 2020 gestart met het tweede onderzoek naar een UOI-code. De UOI-code beoogt een domein-onafhankelijke identificator te zijn voor alle objecten in de gebouwde omgeving van Nederland. Met een UOI-code kunnen gegevens over objecten onderling gerelateerd gevonden worden. In de beeldvorming over een UOI-code worden de principes identificeren, relateren en semantisch interpreteren centraal gezet om domein-overstijgende vragen makkelijker te kunnen beantwoorden.

We nodigen u uit om uw mening te geven over deze eerste expertvisie op de beeldvorming van de UOI-code en mogelijk UIO-code-stelsel, door de vragenlijst in te vullen. Hieronder kunt u de vragen die in het online formulier komen alvast bekijken.

De vragenlijst UOI-code en/of UOI-code-stelsel bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Deel 1: Inleidende vragen
  • Deel 2: Vragen over de UOI-code
  • Deel 3: Vragen over het UOI-code-stelsel <algemeen>
  • Deel 4: Vragen over het UOI-code-stelsel <technisch>

Aan het eind van de vragenlijst kunt u zaken kwijt die u graag wil meegeven, maar niet kwijt kunt bij de afzonderlijke vragen.

Werkwijze bij het invullen:

U heeft ongeveer 10 minuten nodig om de vragenlijst in z’n geheel te doorlopen. De vragenlijst kan van 20 april tot en met 20 mei 2021 ingevuld worden.

 

 

Deel 1:  Inleidende vragen

  1. In welke sector bent u (als zelfstandig ondernemer/ZZP’er of in loondienst) werkzaam?
    1. Publieke sector
    2. Private sector
    3. Ik ben een particuliere gebruiker, student of scholier
  2. Voor welk type organisatie bent u werkzaam? (publiek)
    1. Ministerie
    2. ZBO, agentschap, uitvoeringsorganisatie, inspectie of rijksdienst
    3. Rechterlijke macht
    4. Provincie
    5. Waterschap
    6. Gemeente/gemeentelijk samenwerkingsverband
    7. Omgevingsdienst
    8. Veiligheidsregio/ veiligheidsberaad
    9. Hulpdiensten (ambulance, brandweer of politie)
    10. Zorginstelling 11 Onderwijs en wetenschap
    11. Woningcorporatie
    12. Nutsbedrijf
    13. Notariaat
    14. Rijksmusea of andere culturele instelling
    15. Openbare bibliotheek
    16. Anders, namelijk: [OPEN]
  3. Voor welk type organisatie bent u werkzaam? (privaat)
    1. Aannemers-/bouwbedrijf
    2. Adviesbureau
    3.  Bank of financiële instelling
    4. Geo-informatiebedrijf
    5. ICT-Dienstverlener
    6.  Adressen dienstverlener
    7. Ingenieur-/architectenbureau
    8. Makelaar
    9. Media/journalistiek
    10. Notariaat
    11. Nutsbedrijf
    12. Onderzoeksinstelling
    13. Vastgoedbedrijf
    14. Verzekeringsmaatschappij / pensioenfonds
    15. Woningcorporatie
    16.  Zorginstelling
    17. Onderwijsinstelling
    18. Anders, namelijk: [OPEN]
  4. In welk vakgebied of soort afdeling bent u werkzaam?
    1. Belastingen/heffingen/WOZ
    2. Beleid
    3. Bouwen, wonen
    4. Burgerzaken
    5. Financiën
    6. ICT, Informatiemanagement, Gegevensbeheer, Geo-informatie
    7. Stadswerken (waaronder beheer openbare ruimte)
    8. Sociaal domein
    9. Verkeer en vervoer
    10. Vergunningen, toezicht en handhaving
    11. Overig, namelijk… [OPEN]
  5. Wat voor type gebruiker bent u? <meerdere antwoorden mogelijk>
    1. Ik ben gebruiker van gegevens of vertegenwoordig gebruikers
    2. Ik ben informatieprofessional (zoals bijvoorbeeld informatiemanager, informatieadviseur, business analist, data analist, gegevensmanager, geo-specialist, BIM-specialist etc.)
    3. Ik houd mij bezig met de inwinning en/of beheer van gegevens (bronhouder)
    4. Ik ben informatiemodelleerdeskundige
  6. Heeft u het document Samenvatting UOI gelezen en zodat u dat kunt gebruiken bij het beantwoorden van deze consultatievragen?
    1. Ja
    2. Nee, maar heb het wel bekeken
    3. Nee en heb het niet bekeken
  7. Heeft u het document UOI in zijn geheel (H1, H2 en H3) gelezen en zodat u dat kunt gebruiken bij het beantwoorden van deze consultatievragen?
    1. Ja
    2. Nee, maar heb het wel bekeken
    3. Nee en heb het niet bekeken
  8. Waar gaat uw specifieke interesse naar uit? <meerdere antwoorden mogelijk>
    1. Identificatie
    2. Relateren op instantie-niveau
    3. Semantisch interpreteren op model niveau
    4. UOI-stelsel als geheel
    5. Anders namelijk <invullen>

Deel2:   Vragen over de UOI-code

Dit deel gaat over de UOI-code als identificerende code voor objecten in de gebouwde omgeving. De lopende consultatie van de SOR (Samenhangende Objecten Registratie) vanuit het programma DisGeo kent ook een vraag over identificatie en verwijst naar deze UOI-consultatie. We beginnen met die vraag.

Identificatie van objecten (SOR kijk)

“Bij de identificatie van objecten worden verschillende ontwerpprincipes gehanteerd. Zo wordt aan elk object een uniek objectnummer (objectidentificatie) toegekend. Zolang het object bestaat, mag deze identificatie niet veranderen. De objectidentificatie moet uniek, betekenisloos en permanent zijn. De werking van de identificerende codes (binnen en buiten het ontwerp van de samenhangende objecten-registratie) wordt onderzocht en geconsulteerd in een apart project ‘Unieke Object Identificatie’ (UOI). Meer informatie over dit onderzoek kunt u hier lezen. De SOR zal aansluiten bij de uitkomst van deze consultatie.”

  1. In hoeverre bent u het eens met de in het kader van de SOR beschreven ontwerpprincipes ten aanzien van identificatie van objecten?
    1. Mee oneens
    2. Enigszins mee oneens
    3. Neutraal
    4. Enigszins mee eens
    5. Mee eens
    6. Niet mijn expertise
  2. Welke mogelijkheden tot identificeren van objecten in de gebouwde omgeving gebruikt u op dit moment in uw werk? < meerdere antwoorden mogelijk>
    1. BAG-ID <pand-ID>
    2. VBO-ID (verblijfsobject zoals gedefinieerd binnen de BAG)
    3. Adres van het verblijfsobject (nummeraanduiding)
    4. BGT-ID
    5. Via locatie (coördinaten)
    6. Object-ID toegekend door eigen domein
    7. Object-ID toegekend door de eigen organisatie
    8. Project-(object)-ID
    9. Bouwstroom object-ID
    10. Anders namelijk <invulveld>
  3. Wat zou u willen veranderen aan de gekozen reikwijdte van de gebouwde omgeving? (paragraaf 2.9)
    1. Niets, de gekozen reikwijdte past
    2. Verwijderen van <invullen>
    3. Toevoegen van <invullen>
    4. Wijzigen gehanteerde definitie over <invullen>
  4. Welke vormen van de UOI-code acht u haalbaar?<meerdere antwoorden mogelijk>
    1. UUID/GUID-vorm
    2. URI-vorm
    3. Samengestelde ID uit domein-ID & lokale-ID
    4. Anders namelijk <invullen>
  5. Welke functionaliteit denkt u dat een UOI-code zou moeten bieden? <meerdere antwoorden mogelijk>
    1. Maakt gegevens over objecten uit verschillende domeinregistraties makkelijker vindbaar
    2. Laat gegevens over objecten, terwijl deze verschillend zijn gedefinieerd in domeinregistraties, toch onderling bij elkaar horen
    3. Kan fungeren als identificerend mechanisme binnen de SOR-registratie
    4. Heeft geen waarde voor mij of mijn organisatie
    5. Anders namelijk <invulveld>
  6. Wanneer de UOI-code zou worden ingevoerd, hoe groot acht u de benodigde inspanning van die invoering op uw organisatie? <meerdere antwoorden mogelijk>
    1. Groot (we moeten veel werk gaan verzetten)
    2. Beperkt (we voegen deze UOI- code toe en dat is het dan)
    3. Geen effect <we gaan namelijk niets doen>
    4. Weet ik niet
    5. Anders <invullen>
       

Deel 3:  Vragen over UOI-stelsel <algemeen>

Het UOI-code stelsel dat in vijf alternatieven wordt beschreven is een uitwerking van het realiseren van een infrastructuur om domein overstijgende vragen makkelijker te kunnen beantwoorden. De alternatieven lopen op in de mate van ondersteuning die daarbij geboden zou kunnen gaan worden. De onderstaande vragen gaan over uw kijk op de mate waarin een dergelijke infrastructuur gewenst kan zijn respectievelijk welke mate van dienstverlening daarbij wenselijk zou kunnen zijn.

  1. Hoe vaak heeft u te maken met het beantwoorden van domein-overstijgende vragen waarbij gegevens uit meerdere registraties verbonden moeten worden?
    1. Nooit
    2. Soms <een paar keer per jaar>
    3. Regelmatig <maandelijks>
    4. Vaak <wekelijks>
    5. Voortdurend <dagelijks>
  2. Welke omvang van werk heeft u aan het beantwoorden van dergelijke vragen per vraag?
    1. Minuten werk
    2. Een uurtje werk
    3. Een dag werk
    4. Meerdere dagen werk
  3. Hoe kijkt u aan tegen het faciliteren van makkelijker kunnen beantwoorden van domein-overstijgende vragen via een infrastructuur zoals een UOI-code-stelsel? (paragraaf 3.1 t/m 3.6)
    1. Dat is niet nodig <doet iedereen zelf maar>
    2. Dat is fijn en leuk, maar niet noodzakelijk
    3. Dat kan een goede zaak zijn, mits kosten en baten in balans zijn
    4. Dat is een goede zaak , een missend stukje voor velen
    5. Anders <invullen>
  4. Welke van de genoemde vijf alternatieven heeft uw voorkeur? (paragraaf 3.1 t/m 3.6)
    1. Geen enkele van de beschreven vijf alternatieven
    2. Sober UOI-code stelsel bestaande uit alleen UOI-codes
    3. UOI-code stelsel bestaande uit UOI-codes en objectrelaties
    4. UOI-code stelsel bestaande uit UOI-codes en verwantschappen
    5. UOI-code stelsel bestaande uit UOI-codes, verwantschappen en objectrelaties
    6. Alternatief Geen UOI-code stelsel <gebruik domein ID>
    7. Een combinatie van de alternatieven te weten <invullen>
  5. Waarom heeft u voor dat alternatief gekozen? <invullen>
  6. Wanneer het UOI-code-stelsel van uw voorkeur zou worden ingevoerd, hoe groot acht u de benodigde inspanning daarvoor van uw organisatie?
    1. Groot (we moeten veel werk gaan verzetten om verwantschappen scherp te krijgen)
    2. Beperkt (we voegen de UOI-code toe en dat is het dan)
    3. Geen effect <we gaan namelijk niets doen>
    4. Weet ik niet
    5. Anders <invullen>
  7. Welke aspecten zijn in uw ogen nu nog niet toereikend onderzocht ten aanzien van een UOI-code-stelsel? <meerdere antwoorden mogelijk>
    1. Nut & noodzaak
    2. Haalbaarheid
    3. Kosten
    4. Implementatie
    5. Anders namelijk <invullen>

Deel 4:  Vragen over UOI-stelsel <technisch>

Deze vragen hebben een meer informatiekundige aard en kunnen als technisch gezien worden.

  1. In welke mate onderschrijft u de noodzaak van een verwantschapsontologie om semantisch gegevens over objecten uit verschillende domeinen te kunnen interpreteren? (paragraaf 2.8)
    1. Mee oneens
    2. Enigszins mee oneens
    3. Neutraal
    4. Enigszins mee eens
    5. Mee eens
    6. Niet mijn expertise
  2. In welke mate verwacht u dat een dergelijke verwantschapsontologie als deze beschikbaar komt u gaat ontlasten? (paragraaf 2.8)
    1. Nauwelijks
    2. Enigszins
    3. Veel
    4. Heel veel
    5. Weet ik niet
  3. Welk belang hecht u aan dat een UOI-code-stelsel oplossing om kan gaan met tijdvolgordelijkheid van objecten (filiatie) (samenvoegen / splitsen in de levenscyclus) (paragraaf 2.4 en bijlage 2)
    1. Nauwelijks belang
    2. Enigszins belang
    3. Veel belang
    4. Heel veel belang
    5. Weet ik niet
  4. Welk belang hecht u aan dat een UOI-code-stelsel oplossing om kan gaan met klasse-indelingen van objecten (taxonomie) (paragaaf 1.2 & 1.8)
    1. Nauwelijks belang
    2. Enigszins  belang
    3. Veel belang
    4. Heel veel belang
    5. Weet ik niet
  5. Welk belang hecht u aan dat  een UOI-code-stelsel oplossing om kan gaan ten aanzien van deel-geheel relaties in de structuur van objecten (meronomie) (paragaaf 1.2 & 2.1)
    1. Nauwelijks belang
    2. Enigszins belang
    3. Veel
    4. Heel veel
    5. Weet ik niet

 

Geen updates meer missen?

Automatisch op de hoogte blijven? Meld je aan voor één van onze nieuwsbrieven.