Veelgestelde vragen

Mag een bericht met hetzelfde referentienummer nogmaals worden opgestuurd als er geen bevestiging van ontvangst op het bericht is teruggekomen?

Bij een retry mag hetzelfde referentienummer worden toegepast. Immers als zender geen Bv03 ontvangen heeft betekent dit dat het bericht niet bij ontvanger is aangekomen, of dat zender niet in staat was om een Bv03 te ontvangen.

Zender zal hierop retry doen voor het aanleveren van dit bericht. Dit mag met hetzelfde referentienummer, immers:

1) indien bericht niet was aangekomen, dan wordt bericht alsnog in behandeling genomen en volgt de Bv03.
2) indien wel aangekomen, wordt het bericht afgekeurd met een Fo03 o.b.v. de fout ‘referentienummer niet uniek’. Het bericht was al ontvangen en in behandeling genomen, en klaarblijkelijk was zender niet instaat om het Bv03 te ontvangen.

Mogen in de LV-BGT objecten staan zonder BGT|IMGeo classificatie? Bijvoorbeeld een Bord zonder plus-type.

Ja, dat is vanuit de BGT|IMGeo standaarden toegestaan. In paragraaf 1.4 van de IMGeo-gegevenscatalogus staat dat de meeste van deze objecttypen hebben een attribuut ‘type’ waarmee het object nader kan worden geclassificeerd. Zo kan een Bord worden opgenomen met de nadere classificatie ‘informatiebord’. Dit is optioneel; het attribuut mag worden weggelaten. Men kan er dus voor kiezen om alle borden op te nemen, maar niet nader te classificeren om wat voor soort bord het gaat.

De bronhouder kan dus zelf kiezen of hij of zij een BGT|IMGeo classificatie toekent aan een uitbreidend IMGeo-object. Mogelijk heeft dit een object zonder BGT|IMGeo classificatie nog een eigen classificering voor beheer openbare ruimte (bijvoorbeeld een Installatie van het type “laadpunt elektrische auto’s”).

Bronhouder hoeft objecten zonder BGT|IMGeo classificatie niet achter te houden en mag deze gewoon leveren aan de LV-BGT. In PDOK worden deze objecten met een visualisatieregel voor ‘ongeclassificeerd’ gevisualiseerd op de BGT kaart getoond. Zie de handreiking visualisatie

Mag een coördinaat van een binnenring de buitenring raken?

Eén coördinaat van een binnenring mag de buitenring raken. Bij raken in één punt wordt een polygoon niet gesplitst; bij raken in twee punten wordt een polygoon opgedeeld in 2 delen. Voor de BGT geometrie wordt een technische tolerantie aangehouden van 0.5mm. Dat betekent dat als een coördinaat van een binnenring zich binnen een afstand van 0.5mm van een lijn van de buitenring bevindt, dit punt als samenvallend met een lijn wordt beschouwd. Daarmee raakt dit punt van de binnenring dus de buitenring.

Welke waarde moet/mag in de inwinnendeInstantie van een Plaatsbepalingspunt ingevuld worden?

In de inwinnendeInstantie van een Plaatsbepalingspunt moet een geldige bronhoudercode worden opgenomen. Als het punt is ingewonnen door een andere bronhouder dan waartoe het object behoort, wordt de bronhoudercode van de inwinnende bronhouder ingevuld. Het is niet toegestaan om (een afkorting van) de naam van een softwareleverancier of landmeetkundige bureau in te vullen. De LV-BGT controleert niet op geldige bronhoudercode in de inwinnendeInstantie van een Plaatbepalingspunt; de juistheid van dit gegeven is de verantwoordelijkheid van de bronhouder.

Wat te doen als een actualisatiebericht na mutatie (mtbSVBDi01) niet te verwerken is in de bronhoudersoftware?

In het BGT berichtenverkeer is geen functionele respons op een actualisatiebericht na mutatie (mtbSVBDi01) voorzien. In het bijzondere geval dat een actualisatiebericht na mutatie niet valide of verwerkbaar is in de bronhoudersoftware, moet u dit buiten het automatisch berichtenverkeer om melden bij de KCC.

Met welk formaat moet het tijdstipBericht van een StUF-Geo IMGeo bericht gevuld worden?

Het tijdstipBericht kan op verschillende manieren worden genoteerd: alleen datum (20150929), datum+tijd (20150929145831), of datum+tijd+ms (20150929145831123). Welke vorm het beste voor u werkt kunt u hieronder bepalen.

Het is de verantwoordelijk van zender om een tijdstipBericht zo in te vullen dat het tijdstipbericht niet gelijk aan of kleiner is dan het tijdstipBericht van een vorig bericht. Een vorig bericht is herkenbaar aan het StUF:referentienummer, dat een volgnummer heeft die wordt uitgedeeld door de zender.

Is het tijdstipBericht van het nieuwe bericht niet daadwerkelijk nieuwer dan een vorig bericht, dan krijgt u een StUF-fout terug in een Fo03-bericht (StuF019 error: "TijdstipBericht niet groter dan voorgaand TijdstipBericht van zender"). Als een systeem alleen datum (20150929) toepast in tijdstipBericht, dan kan het maar één bericht per dag genereren en versturen.

Aanbeveling is dan ook om in ieder geval datum+tijd (20150929145831) toe te passen. In de meeste gevallen zullen systemen niet meer dan 1 bericht per seconde genereren, dus dan is datum+tijd+ms niet nodig.

Bij weigerberichten in het Geo-BOR berichtenverkeer kan dit wel het geval zijn. Vul in dat geval zowel datum+tijd+ms in om het bericht geaccepteerd te krijgen door het ontvangende systeem.

Zijn in een ring van een Surface meerdere Polygonpatches toegestaan?

Ja, de GML-standaard staat het toe om meerdere PolygonPatches in een ring van een Surface op te nemen. Voorwaarde is wel dat Polygonpatches connected zijn. Dat wil zeggen dat de geometrische vereniging van alle PolygonPatches weer één gesloten vlak oplevert. Als de Polygonpatches niet-connected zijn, dan ontstaat er een multi-vlak en dat is niet toegestaan (immers een begroeidTerreindeel is altijd een vlak, en geen multi-vlak volgens de BGT gegevenscatalogus).
In het BGT leveranciersoverleg van 2 juli 2015 is door leveranciers bevestigd dat zij geen meerdere PolygonPatches in een ring van een Surface opnemen. Één PolygonPatch in een ring van Surface wordt door sommige leveranciers wel toegepast.

Wat dient de waarde te zijn van de verwerkingssoort in een kerngegevenkennisgeving?

In BGT context moet de verwerkingssoort van een kerngegevenkennisgeving van bijvoorbeeld WYK (in <gerelateerde> van <ligtIn> bij Buurt) of STD (in <gerelateerde> van <ligtIn> bij Wijk) een fixed waarde “I” (=Informerend) hebben. Voor zover dit niet als fixed waarde in het berichtschema is opgenomen, moet dit met een waarde “I” in een StUF-Geo IMGeo bericht worden aangeleverd. Zie ook de melding over dit onderwerp

Stuurt BRAVO alle mutatieberichten, dus ook eigen aangeleverde mutatieberichten?

Ja, BRAVO stuurt alle mutatieberichten door binnen een interessegebied van een (geabonneerde) bronhouder. Bronhouder kan de eigen aangeleverde mutatieberichten herkennen aan de (eigen) functionele identificatie in het bericht, en hierop filteren.

Hoe moeten de logistieke en functionele identificaties van berichten worden doorgegeven in opvolgende en responsberichten?

De logistieke identificatie is het StUF:referentienummer en dient als StUF:crossRefnummer in een responsbericht te worden opgenomen.

De functionele identificatie gaat met een initiële of mutatielevering mee door de BGT keten, dus van Bronhouder naar SVB-BGT naar LV-BGT.

Deze spiekbrief geeft een overzicht van de stuurgegevens, logistieke en functionele identificatie in (respons)berichten.

Moet ik altijd alle plaatsbepalingspunten (PBP’s) meeleveren in een mutatielevering?

Voor de registratie van een mutatielevering is het niet noodzakelijk om alle PBP’s mee te leveren. De LV-BGT controleert of er voor elk coördinaat in de objectgeometrie een PBP voorkomt in het aangeleverde mutatiebericht of in de registratie van LV-BGT. PBP’s met gelijke identificatie en gelijke kenmerken die al geregistreerd zijn in de LV-BGT worden genegeerd bij opnieuw aanleveren.

De LV-BGT controleservice controleert alleen een mutatiebericht als bestand. Er wordt dan niet gecontroleerd tegen de registratie van LV-BGT. Bij het aanbieden van een mutatielevering aan de LV-BGT controleservice dienen daarom wel alle PBP’s meegeleverd te worden

Mag een plaatsbepalingspunt (PBP) muteren?

Nee, de gegevens van een Plaatsbepalingspunt (PBP) mogen niet worden gewijzigd. Wanneer op eenzelfde coördinaat de gegevens wijzigen (bijv. nauwkeurigheid of inwinnendeInstantie) dan moet u een nieuw PBP met een nieuwe identificatie aanleveren aan de LV-BGT.

De StUF-Geo mutatieberichten bevatten wel wijzigings- en verwijderkennisgevingen. Bij de laatste versie van het BGT berichtenverkeer is het gehele proces van het berichtenverkeer definitief geworden, maar zijn de mutatieberichten niet aangepast om bestaande functionaliteit niet te raken.

Moet een vervallen object een status historisch krijgen?

Bij aanlevering van een vervallen object in een mutatielevering worden in de WORDT van het object alle kenmerken ongewijzigd ten opzichte van de WAS aangeleverd, met uitzondering van de tijdstipRegistratie en de objectEindtijd (terminationDate). Het object krijgt dus niet de status “historisch”.

Hoe gaat de BGT keten om met leading and trailing spaces?

De BGT keten beschouwt de hele string binnen een XML-element als waarde. Bij onbedoelde spaties in de string kan dat tot problemen leiden. De LV-BGT controleert exact tegen de string van een prefLabel in de RDF codelist. “  fietspad” of “fietspad  “ worden dus niet herkend als het bedoelde "fietspad". Bij het aanleveren van met name domeinwaarden dient hier rekening mee te worden gehouden.

Moet een GML-string in de WAS van een object in een mutatielevering exact overeenkomen met hoe deze destijds is aangeleverd aan de LV-BGT?

In de BGT keten is afgesproken dat de technische opmaak van de GML-string niet van belang is, zolang zij maar functioneel dezelfde geometrie beschrijft, dus zelfde positie, vorm en grootte. Een polygoon met in de gml:posList de volgorde van coördinaten 1,2,3,4,1 mag ook aangeleverd worden met volgorde van coördinaten 2,3,4,1,2. De LV-BGT keurt hier niet op af.

Hoe moeten huisnummertoevoegingen worden gesorteerd?

De Werkafspraak: Nummeraanduidingreeksen stelt dat in een nummeraanduidingreeks van een Pand ook -als deze aanwezig is- de huisnummertoevoeging moet worden opgenomen. De sortering dient in de regel numeriek en/of alfabetisch te zijn zodanig dat een logische reeks wordt verkregen (zie voorbeeld hieronder).

Er zijn uitzonderingen waarin deze regel niet opgaat, bijvoorbeeld 'ZW' en 'RD' bij respectievelijk boven- en benedenwoningen in Haarlem. In dat geval moet de reeks worden samengesteld met gezond verstand.

VOORBEELD NUMERIEKE SORTERING (GOED):

Reeks wordt: 3L/1-3L/24

Nummeraanduidingen/verblijfsobjecten:
3L/1
3L/2
3L/3
3L/4
3L/5
3L/6
3L/7
3L/8
3L/9
3L/10
3L/11
3L/12
3L/13
3L/14
3L/15
3L/16
3L/17
3L/18
3L/19
3L/20
3L/21
3L/22
3L/23
3L/24

VOORBEELD ALFANUMERIEKE SORTERING (NIET GOED):

Reeks wordt: 3L/1-3L/9

Nummeraanduidingen/verblijfsobjecten:
3L/1
3L/10
3L/11
3L/12
3L/13
3L/14
3L/15
3L/16
3L/17
3L/18
3L/19
3L/2
3L/20
3L/21
3L/22
3L/23
3L/24
3L/3
3L/4
3L/5
3L/6
3L/7
3L/8
3L/9