Veelgestelde Vragen RO Standaarden

Oude planversies op ruimtelijkeplannen.nl: verwijderen of juist niet?

De bronbestanden van iedere beschikbaar gestelde versie van een ruimtelijk instrument blijven toegankelijk totdat een instrument onherroepelijk in werking is getreden of is vervallen. Dit is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Wanneer het instrument eenmaal onherroepelijk is, mogen de oudere versies worden verwijderd uit het manifest en van de weblocatie. Hierdoor wordt Ruimtelijkeplannen.nl automatisch aangepast. Alleen de meest actuele versie moet beschikbaar en raadpleegbaar blijven.

Is een instrument vervallen, dan mag het in zijn geheel verwijderd worden.

Vanuit de RO Standaarden geldt geen verplichting voor het verwijderen van oudere versies of vervallen plannen. Echter de huidige planvoorraad op Ruimtelijkeplannen.nl is niet alleen veel data, het is ook een verzameling aan actuele en vervallen plannen door elkaar. Om deze data straks zo goed mogelijk te kunnen ontsluiten via de Omgevingswet, adviseren wij om de planvoorraad op te schonen en alleen het meest actuele plan te laten staan.

In alle gevallen is de Archiefwet van toepassing op de stukken.

terug

Hoe moet ik naar de BGT ondergrond verwijzen?

Ruimtelijke instrumenten dienen te worden gemaakt en vastgesteld op een ondergrond in RD-coördinaatstelsel. Met ingang van 1 januari 2016 is de Wet Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) van toepassing en per 1 juli 2017 is het verplicht om de BGT als ondergrond te gebruiken.

De ondergrond waarop het plan is vastgesteld maakt geen deel uit van de set van bronbestanden. De bronhouder moet desgewenst het plan wel kunnen tonen op de ondergrond waarop het is vastgesteld en moet tevens deze ondergrond kunnen aanleveren aan de Raad van State bij  geschillen. Zowel bij de gegevens van het plangebied (die worden opgeslagen in de GML) als in het vaststellingsbesluit moet de verwijzing naar de ondergrond worden opgenomen in combinatie met de peildatum waarop het plan is opgesteld.

terug

Ik heb mijn plan gepubliceerd met het verkeerde plantype: wat moet ik doen?

Dit probleem doet zich met name voor wanneer een gemeentelijk bronhouder een omgevingsvergunning per ongeluk heeft gepubliceerd met het plantype ‘aanwijzingsbesluit’. U kunt dit het beste oplossen door het plan te verwijderen uit het manifest. Hierdoor wordt het plan ook van Ruimtelijkeplannen.nl gehaald. Vervolgens past u in de maaksoftware het ‘plantype’ aan. Het plan exporteert u en de planset plaatst u de volgende dag opnieuw op de weblocatie en in het manifest. De landelijke voorziening Ruimtelijkeplannen.nl zal het plan nu wel correct tonen.  

terug

Kunnen analoge plannen worden uitgewerkt of gewijzigd met de RO Standaarden 2012?

Dat kan zeker! In de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen (PRBP2012, paragraaf 4.2) is uitgelegd dat partiële herziening, uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen van vóór 1 januari 2010 analoog mogen worden opgesteld. Ze zijn ontheven van de digitaliseringsverplichting. Gemeenten kunnen deze de herzieningen, uitwerkingen en wijzigingen analoog opstellen en vervolgens met behulp van de facultatieve standaard Plancontour&Pdf digitaal ontsluiten via Ruimtelijkeplannen.nl.

Het is echter ook mogelijk de herzieningen, wijzigingen en uitwerkingen direct digitaal te maken. Ook als het moederplan analoog is, kunnen deze plannen met de RO Standaarden 2012 worden herzien. Ter voorbereiding op de Omgevingswet is een actuele digitale planvoorraad conform te RO Standaarden aan te raden en het gebruik van de standaard Plancontour&PDF te verminderen.

terug

Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn Chw bestemmingsplan snel gevonden wordt?

Bij het opstellen van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kan de gemeente kiezen tussen twee varianten.

  1. Op een door de gemeente te bepalen website een volledige versie van het bestemmingsplan die met behulp van een gisviewer interactief raadpleegbaar is, waarbij de gemeente ook een contour via Ruimtelijkeplannen.nl beschikbaar stelt.
  2. De gemeente maakt met behulp van de RO Standaarden een bestemmingsplan waarvan de volledige inhoud interactief op Ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen is op basis van het modeltype bestemmingsplan of beheersverordening.

Onderdeel van de werkafspraak is dat, welke variant de gemeente ook kiest, de naam van dit bestemmingsplan begint met: Chw bestemmingsplan. Op deze manier kunt u zelf maar ook anderen zoeken op een Chw bestemmingsplan op Ruimtelijkeplannen.nl. Het Kadaster is bezig met de implementatie van deze werkafspraak in Ruimtelijkeplannen.nl. Plannen waarvan de naam begint met ‘Chw bestemmingsplan’ toont Ruimtelijkeplannen.nl in het informatiepaneel met plantype bestemmingsplan, ook als ze conform het model beheersverordening zijn opgesteld.

terug

Hoe kan het dat er verkeerde combinaties van dossierstatus en planstatus voorkomt?

In de Praktijkrichtlijn Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (PRTRI2012) worden de verschillende toe te passen planstatussen en dossierstatussen toegelicht. In paragraaf 5.6 van de PRTRI2012 zijn de verschillende planstatussen omschreven en paragraaf 5.7 zijn de verschillende statussen omschreven die in een dossier beschikbaar gesteld kunnen worden. Nu kan het in de praktijk voorkomen dat een dossierstatus op ‘vastgesteld’ staat, terwijl de planstatus op ‘ontwerp’ staat. De validator controleert hier niet op. Het is dus aan de bronhouder zelf om dit goed te controleren. Om verwarring te voorkomen adviseren wij bij het aanpassen van een planstatus ook de dossierstatus te controleren en daar waar nodig aan te passen.

terug

Waarom wordt niet altijd het geldend bestemmingsplan getoond?

Op Ruimtelijkeplannen.nl wordt het laatst geladen plan als eerst getoond. In het geval van een vastgesteld bestemmingsplan is dat de vaststellingsdatum van dat plan. Indien tegen een vastgesteld plan beroep is ingesteld volgt een uitspraak van de Raad van State. Deze uitspraak heeft gevolgen voor het vastgestelde bestemmingsplan.

Het komt in de praktijk regelmatig voor dat een uitspraak van de Raad van State pas volgt een jaar na de vaststelling van een bestemmingsplan in de gemeenteraad. In de tussentijd kunnen er andere plannen (herzieningen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen) worden vastgesteld die betrekking hebben op (delen van) het vastgestelde bestemmingsplan.

Ruimtelijkeplannen.nl toont het laatst geladen plan met een vaststellingsdatum van het besluit dat recenter is dan de datum van het bestemmingsplan waar “bovenop” ligt. Alle onderliggende plannen zie je niet. Wanneer in het besluit of bijvoorbeeld herziening door de bronhouder zelf geen verwijzing naar het onderliggende bestemmingsplan wordt gemaakt, kan de raadpleger op Ruimtelijkeplannen.nl relevantie informatie missen.

De verwijzing kan worden aangebracht door middel van het attribuut ‘verwijzingExternPlanInfo’ dat bij het plangebied van het besluit of de herziening wordt opgenomen. Daarnaast kan ook een geconsolideerde versie gemaakt worden en ontsloten worden via Ruimtelijkeplannen.nl. Hierbij ontstaat een planversie waarbij alle in de tussentijd vastgestelde plannen worden meegenomen.

terug

Wanneer mag ik de PRPCP/ plancontour & pdf standaard gebruiken?

De digitale verplichting voor alle ruimtelijke instrumenten geldt vanaf 1 januari 2010. Op basis van overgangsregeling in de Bro artikel 8.1.2 is er geen digitale verplichting voor (beperkte) herziening, een wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan, mits dat bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd voor 1 januari 2010. Voor Plancontour & PDF plannen, zowel op basis van de WRO als onder de overgangsregeling Wro, geldt dat het geen authentieke plannen zijn. Het analoge exemplaar prevaleert in geval van afwijkingen.

Voor analoge plannen die een gemeente toch digitaal beschikbaar wil stellen, kan gebruik worden gemaakt van de standaard plancontour en pdf. In alle andere gevallen moet conform de digitale verplichting gebruik worden gemaakt van de nu geldende standaarden: RO Standaarden 2012.
In de 
Praktijkrichtlijn Plancontour & PDF (PRPCP2008) wordt uitgelegd hoe deze plannen digitaal gemaakt kunnen worden. Deze plannen worden beschikbaar gesteld met behulp van een manifest conform STRI2006.

terug

Waar vind ik de werkwijze voor gerechtelijke uitspraken?

De werkwijze voor gerechtelijke uitspraken is in de loop van 2014 opgenomen in de Praktijkrichtlijn Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (PRTRI). Voorheen was de werkwijze als los document beschikbaar. De werkwijze is na actualisatie als bijlage in de PRTRI opgenomen.

terug

Waar moet ik op letten als ik een versie geconsolideerd maak?

De versie geconsolideerd geeft inzicht in de actueel geldende situatie van een of meerdere bestemmingsplannen in combinatie met bijvoorbeeld herzieningen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Ook kunnen gerechtelijke uitspraken en reactieve aanwijzingen worden verwerkt. Het is aan de bronhouder te bepalen welke ruimtelijke plannen in de versie geconsolideerd worden geïntegreerd. Een geconsolideerd bestemmingsplan kent geen geen juridische status.

De geldende standaard wordt gebruikt voor de versie geconsolideerd: IMRO2012. Het attribuut planstatus van de  geconsolideerde versie  wordt voorzien van de waarde "geconsolideerd" en als waarde voor het attribuut datum de inwerkingtredingdatum van de wijziging. Bij het attribuut verwijzingNaarExternPlanInfo worden alle plannen/ besluiten opgenomen die in deze versie geconsolideerd zijn verwerkt. De versie  geconsolideerd wordt in het manifest opgenomen in een eigen dossier met de dossierstatus ‘geconsolideerd’.

Meer informatie: paragraaf 5.3 van de PRBP2012 en paragraaf 5.6 van de PRTRI2012.

terug

Wat is er rondom de begrippen gewijzigd in de SVBP2012?

Op verzoek van de RO praktijk is de SVBP2012 gewijzigd op de volgende onderdelen:

  • Paragraaf 6.4 ‘Begrippen’ is zo aangepast dat de inhoudelijke begrippen zijn vervallen. De paragraaf kent alleen nog begrippen die een technische relatie hebben met de andere onderdelen van de RO Standaarden;
  • Paragraaf 6.5 ‘Wijze van meten’ is vervallen.

De SVBP2012 versie 1.3.1 is door publicatie in de Staatscourant op 3 december 2013, met terugwerkende kracht in werking getreden tot en met 1 oktober 2012.  Het blijven hanteren van de oude definities uit SVBP2008, alsook SVBP2012 versie 1.2 is toegestaan. Deze plannen passen binnen de regelgeving van de nieuwe SVBP2012 versie 1.3.1. Plannen uit de periode tussen 1 oktober 2012  en december 2013 hoeven daarom niet te worden aangepast.

terug

Op basis van de RO Standaarden een zogenoemde parapluherziening maken?

Het maken van een paraplu-bestemmingsplan is in feite het maken van een (gedeeltelijke) herziening van meerdere plannen. Het maken van deze herziening is op basis van de RO Standaarden mogelijk, er zijn echter randvoorwaarden.
Het maken van een paraplu-bestemmingsplan is in feite het maken van een (gedeeltelijke) herziening van meerdere plannen. Het maken van deze herziening is op basis van de RO Standaarden mogelijk, er zijn echter randvoorwaarden. Voor het opstellen van een gedeeltelijke herziening gelden de volgende regels:

  • Is het (moeder)plan in ontwerp ter inzage gegaan voor 1 januari 2010, en verandert er geen bestemming, dan is artikel 8.1.2 Bro (overgangsbepaling) van toepassing  en zijn de digitaliseringsverplichtingen niet van toepassing. De herziening mag dan analoog conform het moederplan worden opgezet. Zie artikel 8.1.2 Bro.
  • Is het (moeder)plan in ontwerp ter inzage gegaan na 1 januari 2010 of verandert er een bestemming, dan zijn de digitaliseringsverplichtingen van toepassing en zal de herziening dan ook conform de RO Standaarden 2012 moeten worden opgezet. De herziening is dan een digitaal bestemmingsplan. Bij een wijziging van de regels die geldt voor de hele gemeente is de grens van de herziening de gemeentegrens. Geldt de wijziging maar voor een deel van het grondgebied, dan kan de grens ook over kleinere delen komen te liggen. De herziening is dan een plan met het kenmerk ‘ter vervanging van extern plan’. Dit wordt aangegeven bij het plangebied met het attribuut “verwijzingNaarExternPlanInfo”. Hier worden de naam en het identificatienummer van de onderliggende (moeder)plannen aangegeven. Zie ook paragraaf 4.4 PRBP20212. Uitsluitend de onderdelen die wijzigen worden meegenomen in de herziening. Dit kan ook alleen een onderdeel van de regels betreffen. Het plangebied hoeft in dit geval dus niet vlakdekkend gevuld te zijn met bestemmingen.

Om een digitale (gedeeltelijke) herziening te maken, moet er een verwijzing mogelijk zijn naar het idn van het vigerende moederplan (attribuut verwijzingNaarExternPlanInfo). Wanneer dit plan niet digitaal beschikbaar is omdat het nog een analoog vigerend plan betreft, is het in principe niet mogelijk om dit plan digitaal gedeeltelijk te herzien. In dat geval kan dit leiden tot het opstellen van twee plannen: een analoge gedeeltelijke herziening voor de “oude” WRO plannen en een digitale voor de “nieuwe” Wro plannen.
Het is van belang vooral in de regels goed vast te leggen welke onderdelen/plannen van toepassing worden verklaard. Wel moet rekening gehouden worden met de opbouw van de planregels zoals omschreven in hoofdstuk 6 van de SVBP. Echter de planregels hoeven niet alle onderdelen te bevatten.

terug

Omgevingsvergunning om af te wijken van een bestemmingsplan digitaal beschikbaar conform RO Standaarden?

De Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 geeft aan dat ook voor artikel 6.14, tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht de RO Standaarden moet worden toegepast. Het betreft 'de mededeling van een met artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3 van de Wabo verleende omgevingsvergunning' die met behulp van de RO Standaarden 2012 beschikbaar moet worden gesteld. Een volledige toelichting is in de Praktijkrichtlijn Gebiedsgerichte Besluiten (PRGB2012), paragraaf 5.3.2.

terug

Welke standaarden moet ik gebruiken voor het opstellen van een wijzigingsplan of een uitwerkingsplan met een moederplan conform de RO Standaarden 2008?

Een wijzigingsplan of een uitwerkingsplan (art. 3.6 Wro) vindt inhoudelijk altijd plaats binnen de kaders van het moederplan. Er is echter geen overgangsrecht voor wijzigingsplannen/uitwerkingsplannen die gemaakt worden op basis van moederplannen van na 1 januari 2010. Wanneer na 1 juli 2013 een wijzigingsplan of uitwerkingsplan wordt maakt op basis van een moederplan uit bijvoorbeeld 2011 (RO Standaarden 2008) moet dit wijzigingsplan opgezet worden conform de RO Standaarden 2012. Echter inhoudelijk zal dit moeten binnen de kaders van het moederplan.

Een wijzigingsplan en/of uitwerkingsplan bevat regels. De begrippen van het moederplan zijn bepalend en die hoeven niet te worden opgenomen. De begrippen die horen bij het wijzigingsplan, zoals ‘plan’ en ‘bestemmingsplan’ worden wel opgenomen. Hetzelfde geldt voor de wijze van meten.

In de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen (PRBP) is een nadere toelichting opgenomen voor het maken van wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen conform de RO Standaarden.

terug

Welke ondergrond; uitsnede of hele BGT bij het plan archiveren?

De ondergrond van het bestemmingsplan is een uitsnede voor dat plan of besluit; het gaat om dat plan en niet om de rest van de gemeente. De gebruikte ondergrond wordt apart als zodanig bij het plan opgeslagen, bij voorkeur met hetzelfde identificatienummer als het bestemmingsplan. Digitaal is dit een los bestand naast het plan, dat wel samen met de rest van de plangegevens gearchiveerd wordt. In het geval de ondergrond een deel van de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) betreft, is het van belang bij het bestemmingsplan de datum met eventueel tijdstip te noteren. Hierdoor kan de betreffende data van de BGT weer opgevraagd worden.In de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen (PRBP2012) is beschreven hoe de ondergrond gekoppeld wordt aan het bestemmingsplan.    

Voor meer informatie rondom het archiveren van digitale ruimtelijke plannen, raadpleeg de handreiking.  

terug