In Nederland hebben zo'n 425.000 woningen last van funderingsschade. Het rijksrapport De olifant onder de kamer adviseert een landelijke informatievoorziening, zodat alle spelers in de aan- en verkoopketen betrouwbare informatie kunnen krijgen. Geonovum ontwikkelt het informatiemodel hiervoor in opdracht van het ministerie van BZK, als onderdeel van de Nationale Aanpak Funderingen. Projectleiders Wim Looijen en Jan Wiersma vertellen over dit project.
Waarom is dit zo'n groot probleem?
Wim: 'We wonen in Nederland met z'n allen in een moeras.Onze huizen zijn vroeger gebouwd op houten palen of op staal, en nu vooral op beton. Door klimaatverandering, meer regen en bodemdaling wordt de funderingsschade – en de problemen die daarmee gepaard gaan – alleen maar groter. Als je dat allemaal moet herstellen, is daar een flink bedrag mee gemoeid.' Jan: 'Het is ook een psychologisch probleem. Mensen willen eigenlijk niet weten dat er funderingsschade aan hun huis is, want dat heeft nogal wat consequenties.'
Wat hebben jullie tot nu toe gedaan?
Wim: 'We hebben eerst geïnventariseerd waar de informatiebehoefte ligt. Daarvoor spraken we met gemeenten, waterschappen, banken, verzekeraars, woningcorporaties, makelaars én met TNO en Deltares. Dat leidde tot zo'n 80 informatiebehoeften. Op basis daarvan hebben we een rapport geschreven. Onze belangrijkste aanbeveling was om een nieuw federatief informatiemodel te ontwikkelen en daarbij gebruik te maken van gegevens in bestaande
registraties als de BAG en de BRO.'
En waar zijn jullie nu mee bezig?
Jan: 'We maken een begrippenkader en een informatiemodel. Met het begrippenkader harmoniseren we begrippen uit bestaande kaders, samen met een expertgroep. De ene gebruiker heeft een wat gedetailleerdere informatiebehoefte dan de andere. Die verschillende perspectieven moeten we nog bij elkaar brengen in het informatiemodel dat beschrijft welke gegevens we nodig hebben. Daarbij kijken we vooral naar de risicomodellen van TNO en Deltares. Die hebben als gewenste output een risicoclassificatie op verschillende niveaus.'
Wat maakt dit project zo bijzonder?
Wim: 'Dit is een domein waar je vanuit de geowereld niet zo direct bij betrokken bent. De sessies met TNO en Deltares over de risico’s van funderingsschade waren razend interessant. Ik ging ook meteen naar mijn eigen huis kijken.’ Jan: 'Daarnaast hier komen gegevens uit verschillende registraties bij elkaar, zoals de BAG en de BRO. En private partijen spelen een rol. Hoe passen die in een federatief datastelsel? Dat is een interessant vraagstuk.'
➢ Lees meer over de Nationale Aanpak Funderingen op de website van het ministerie van BZK.